maandag 9 mei 2011

Geweld(ig)


Afgelopen zondag kwam Adrian Verbree, mijn favoriete columnist, die in zijn vrije tijd ook nog bijklust als dominee, in onze gemeente preken. Hij is mijn favoriet omdat hij al jaren schrijft wat ik denk. Hij kon mijn tweelingbroer wel zijn, ware het niet dat we verschillende ouders hebben en niet op dezelfde dag geboren zijn. Verder zou het best kunnen.
Neem nou zijn uitspraak 'vakantie is een cursus heimwee naar huis'. Eindelijk eens iemand die het begrijpt. Vakantie is best mooi hoor, maar de laatste dag blijft gewoon het mooist.
Ook zijn column over oudejaarsavond is me op het lijf geschreven en hangt nog steeds, inmiddels totaal vergeeld, op mijn prikbord. Al dat gezoen en geknal is gewoon niet aan mij besteed! Het liefst ging ik om tien uur naar bed, maar ja, dat is geen 'gewenst gedrag'. Adrian schrijft: 'Gewenst gedrag is een plantje dat ik de laatste jaren aardig heb weten weg te schoffelen uit mijn akkertje.' Ik ben een laatbloeier en dus nog steeds aan het schoffelen.
En dan de columns over 'de ware kerk' waarin we beiden gedoopt, opgegroeid en toch gebleven zijn. Prachtige woorden met een kritische ondertoon, liefdevol verpakt in een pakketje humor.
Even kwam er beweging in de overigens rimpelloze vijver van herkenning toen Adrian met stenen zat te gooien naar het mooie opwekkingslied 'Heer, U bent altijd bij mij', maar dat heeft hij vast niet zo bedoeld!

En deze man kwam dus in onze gemeente preken. Ik ben er absoluut op tegen om dominees op een voetstuk te zetten. Er zijn er al genoeg bij wie hun gaven gelijke tred houden met hun ego. Ik vind de columns van Adrian geweldig, maar ik ga er niet vanuit dat iemand die goed kan schrijven ook goed kan preken. Maar had ik stiekem, zonder het zelf te willen, deze man toch niet op een voetstuk gezet? En kon hij nu alleen nog maar vallen? Tegenvallen?

Het ging gelijk al mis. Nee, niet met Adrian! Met mij. Ik zat met een totaal verkeerde houding in de kerk. En nu heb ik het niet over mijn rug, maar over mijn luisterhouding. Gelukkig had Adrian het ook door en corrigeerde hij mij. Vanaf toen ging de aandacht naar het Woord van God, niet naar de woorden van Adrian.
Adrian kwam met een onderwerp dat me totaal niet interesseert. Over al het geweld in de Bijbel en hoe dat uit te leggen, hoef ik eigenlijk niets te weten.
In zijn inleiding noemde hij vier en vijf mei en Osama bin Laden. Vier mei heb ik altijd al een vreselijke dag gevonden. De verplichte twee minuten ben ik stil, maar ik denk dan meestal niet aan de doden uit de oorlog. En vijf mei is dit jaar helemaal aan mijn aandacht ontsnapt. Ook Osama is alleen maar nieuws dat ik voor kennisgeving heb aangenomen.
Maar of ik het nou wel of niet wil weten, het wordt me wel verteld. Als iemand mij nu zou vragen waarom het is dat de Israëlieten alle inwoners van Kanaän moesten uitroeien, toen ze het land introkken, dan hoef ik het antwoord niet langer schuldig te blijven. Het was een eenmalig oordeel van God voor de inwoners van Kanaän, vierhonderd jaar daarvoor al voorzegd aan Abraham. God had dus nog vier eeuwen geduld gehad, met als gevolg dat Zijn volk al die tijd onderdrukt werd. En het was ook ter bescherming van het volk Israël. Want de Kanaänieten hadden hun eigen goden en God wist hoe zwak Zijn volk was op dat gebied. De geschiedenis leert ons dat het volk inderdaad de mist in ging. God verbood het volk Israël een oorlog beginnen tegen de buurlanden om zodoende meer land te bemachtigen.
Dus ondanks mijn desinteresse had ik opgelet.

Ondertussen was ik wel benieuwd geworden naar wat deze boodschap mij nu te zeggen heeft. Ik werd op mijn wenken bediend. Er kwam een kaartje van Nederland in beeld op de beamer. En daarin schoot Adrian, die zelf de afstandbediening beheerde, plaatjes van dingen die op zichzelf niet slecht zijn maar wel verkeerd kunnen worden. De Kanaänieten van Nederland. Wat een verademing dat er nu eens niet als eerste voorbeeld 'seksualiteit' genoemd wordt. Helemaal niet zelfs. Blijkbaar hebben ze in Hardenberg andere zonden dan bij ons.
'Drank' is het eerste voorbeeld! Oei! Had ik niet net gisteravond op een feestje uit ballorigheid een vierde glas wijn genomen? Foute boel!
Gelukkig kwam hij daarna met plaatjes van de beurs, de loterij en het recht om drie keer per jaar op vakantie te gaan. Allemaal zonden van een ander.
Adrian blijft plaatjes op de beamer flitsen. De auto en de televisie vormen ook geen gevarenzone. Maar met het plaatje van de mode is het weer mis. Juist vorige week nieuwe kleren gekocht omdat ik met een kast vol 'niks had om aan te trekken'. En dan komt internet. Tja, dat verandert soms ook zomaar in een afgodje.
Adrian besluit zijn preek met de opmerking dat in elke Israëliet een Kanaäniet huist. En met dat abrupte einde stuurt hij ons naar huis.

Op weg naar huis komt een zin uit het avondmaalsformulier naar boven drijven: 'Maar geliefden, dit alles wordt ons, verslagen van hart als we zijn, niet voorgehouden om ons alle moed te ontnemen.'
Gelukkig ken ik mijn Bijbel. Gelukkig was het kortgeleden Goede Vrijdag. Als de zonde mij benauwt, ken ik de Vaste Rots van mijn behoud. Ik, ellendig mens, weet Wie mij zal verlossen.

Adrian moet nog maar eens komen preken. Er is vast nog veel meer over te vertellen. Maar hij moet vooral blijven doen waar hij goed in is. Geweldig goeie columns schrijven.

donderdag 5 mei 2011

Beestenboel


Mijn dochter en schoonzoon zijn op vakantie geweest en mijn man en ik verzorgden de veestapel. Dat gaat natuurlijk niet zomaar, dus ik heb een gedegen opleiding gehad.
De laatste maand voor hun vertrek ging ik vaak met mijn dochter mee, om zodoende alvast te oefenen.

In een schuur – die voor de helft dienst doet als kippenhok en voor de andere helft als opvanghok voor geiten die extra zorg nodig hebben – zitten 32 kippen en 1 haan. Gelukkig hebben ze ook een buitenhok. Vooral gelukkig voor mij, omdat het anders wel een heel gedoe is om eitjes uit het hok te halen.
In het buitenhok strooi ik eerst voer. Volgens mijn dochter moet ik dan 'kiep, kiep, kiep' roepen. Maar ik wil graag op niveau met deze beesten communiceren, dus ik roep 'tok, tok, tok'. Ze eten er niet minder om. De meeste kippen zijn nu buiten, een enkele kip zit nog eigenwijs in het leghok. Het is dan de bedoeling om je hand onder de kip te steken en de eieren die er al liggen weg te pakken. Het lijkt heel simpel als mijn dochter het doet, maar ik vind het toch eng. Als de kippen water en voer hebben gaan we door naar de geiten en bokken. Gewapend met een emmer voer loop ik de geitenwei in. Het is dringen geblazen bij de voerbak en met al die geitenkoppen, die alvast in de voerbak hangen, is het moeilijk om ook nog voer in de bak te scheppen. Het lukt. Door naar de bokken. Ik ben de wei nog niet in of de ene bok steekt zijn kop in de emmer en stoot die uit mijn handen. Mijn dochter vangt de emmer gelukkig nog net op. Ik pak de bok bij zijn horens en trek hem weer uit de emmer. En dit was nog maar les 1!

Na een aantal lessen weet ik ongeveer hoe het gaat. Maar bij mijn schoonzoon gebeurt altijd het onverwachte. Zo ook nu! Er is maar één geit bij de bok in de wei geweest, maar er zijn er twee drachtig. Rara, pindakaas! De geplande geit zal pas jongen als ze al lang weer terug zijn van vakantie. Bij de andere lijkt het erop dat het elk moment kan gebeuren. Uit voorzorg werd het beest alvast in de schuur naast de kippen gedaan. Toen ik weer meeging voor een lesje, was het hok leeg en zat de geit in het kippenhok. De kippen hebben die dag niet zo goed gelegd. Omdat het gevaar bestond dat het beest de hele schuur af zou breken, werd ze toch maar weer teruggedaan in de wei.

En toen gingen ze dus op vakantie.
De lastige bok is inmiddels shoarma geworden. Alleen Chrisje en Joep zijn er nog. Dat gaat wel lukken. De geit heeft nog steeds geen jongen! Twee kippen zijn broeds en blijven gewoon in het leghok zitten, ook als ik buiten lekker voer strooi. Om de dag krijgen ze namelijk duivenvoer en gemengde granen als lekkernij, naast het gewone kippenvoer.
De twee kippen die nog op het hok zitten, zijn druk met broeden. Ik steek mijn hand onder de ene kip. Wat is dat warm zeg. Zonder problemen pak ik de eitjes weg. De andere kip vind dat te intiem en pikt in mijn hand. Ik besluit om haar maar te laten zitten. De dagen erna is mijn man de klos met de broedse kippen. Maar nadat hij een t-shirt heeft gevonden, die hij over de kip gooit voordat hij de eieren pakt, is het een fluitje van een cent.

Ik kom er pas halverwege de week achter dat ik de kippen verwen met......kippenvoer! In de ton waar 'duivenvoer' en ' gemengde granen' op staat, zit het gewone kippenvoer wat ze elke dag al krijgen. De 'lekkernij' zit in tonnen in de andere schuur. Geen wonder dat de kippen daar hun nest niet voor afkomen.
Elke dag blijven de twee broedse kippen op hun nest. Ik noem de lieve kip Marietje en heb hele gesprekken met het beest. Ik ben nou eenmaal een beetje kippig. Marietje heeft maar een klein nestje, maar ze blijft toch broeden. Ze zal nooit eieren uitbroeden maar gelukkig weet ze dat zelf niet.
'Marietje, waarom blijf je nou toch broeden? Het heeft toch geen zin, ga nou van dat nest af dan kan ik je eitjes pakken.' Maar Marietje blijft gewoon zitten.
We proberen een andere aanpak, aangeraden door mijn schoonzoon. We stoppen haar in een kist en beperken zo haar bewegingsvrijheid. Maar daar is ze het niet mee eens en ik eigenlijk ook niet. 'Noemen ze je een vrije uitloopkip en dan heb je nog geen ruimte om je kont te keren,' zeg ik tegen haar en zij tokt instemmend met mij mee. Het hielp ook nog eens niet, die eenzame opsluiting, de volgende dag zat ze gewoon weer op het nest.
'Marietje, ik zet je op de foto en dan schrijf je maar een stukje op mijn blog over broeden.' Op de foto wil ze wel maar Marietjes tenen zijn niet geschikt om te typen.
Op het laatst beloof ik haar dat ik haar met eieren en al mee zal nemen als ons kippenhok klaar is. 'So now we are tokking,' zei ze. Maar van het nest af ging ze niet.

Toen mijn schoonzoon en dochter weer terug waren van hun vakantie, heb ik nog geprobeerd om Marietje alvast te reserveren voor ons toekomstige kippenhok, maar helaas. Haar eitjes worden uitgebroed door een broedmachine omdat kippen blijkbaar net te lui zijn om het zelf goed te doen. Jammer.

Bij de geiten bleef het gelukkig rustig. Tenminste, geen bevallingen. Wel een geit die aan de verkeerde kant van het hek stond te mekkeren dat ze weer naar de anderen wilde. En hoe ze was uitgebroken, is ons een raadsel. Het was eerst een gevang van niks, maar uiteindelijk kregen we de slag – en de geit – te pakken.

Na tien dagen genieten van dieren verzorgen zat de corvee erop. Om het af te leren ging ik maandag weer met mijn dochter mee. Tot schrik van mijn dochter zaten de bokken in de wei bij de geiten. Dus dit verhaal krijgt vast nog wel een staartje. Een geitenstaartje.

zondag 24 april 2011

Opgestaan

Ook ik ben
met Christus
opgestaan.

De zware steen
van schuld
werd weggedaan.
De windsels van straf,
nam Hij van mij af.
De zweetdoek van recht
genadig aan de kant gelegd.

Een lijklucht van zonden
is nog blijven hangen,
maar nu vermengd met
de geur van nieuw verlangen,
om het goede te doen
en het kwade te haten.

Rein door Zijn bloed
mocht ik het graf verlaten.
Mijn zwijgende mond
kreeg weer een stem.

Opgestaan,
om voortaan
te leven voor Hem.

vrijdag 22 april 2011

Golgotha

Heer Jezus,
nog steeds hangt U
aan het kruis van mijn zonden,
op de heuvel van mijn tekort.

Nog steeds zijn het mijn
doornen die U wonden,
raakt het venijn van mijn spot.

Het doet pijn dat u leed voor mij,
verdriet wat u deed voor mij.
Het kost strijd dat u streed voor mij.

Golgotha
was nodig.
Ook voor mij!

vrijdag 8 april 2011

Verandering


Ooit las ik een uitspraak die ik niet weer vergeten ben: “Je hebt moed nodig om te veranderen wat je niet kan accepteren, rust om te accepteren wat je niet kan veranderen en vooral wijsheid om het verschil daartussen te weten.”
Het accepteren laat ik rusten. Dit verhaal gaat over veranderen. Sommige dingen gebeurden gewoon, er was niet zo heel veel moed voor nodig. Andere veranderingen kostten meer moeite. En dan nog niet eens de verandering zelf, maar er is wel moed voor nodig om ervoor uit te komen dat je veranderd bent. Over drie veranderingen zal ik nu schrijven. De eerste gebeurde gewoon. De tweede is best wel hard werken. De derde kost de meeste moeite.

1. Smaak

Eén keer in de zeven jaar verandert je smaak. Zeggen ze! En ik geloof het.
Mijn kinderen zijn opgegroeid zonder witlof, spruitjes of andijvie om het simpele feit dat zowel mijn man als ik deze groenten niet lekker vonden. Maar vorig jaar, toen we een midweek in Luxemburg waren, hebben we witlof gegeten. Dat kwam omdat we een diner aangeboden kregen door onze schoonzoon, die weer bevriend was met de eigenaar en de kok van een restaurant aldaar. Een restaurant dat overigens in de winterperiode alleen in de weekenden open was. Maar voor ons maakte het personeel graag een uitzondering. We konden toen uiteraard niet van de kaart bestellen maar kregen een eten-wat-de-pot-schaft-menu. Witlof dus. En het was best lekker. Toen bedacht ik dat ik dan nu misschien ook wel spruitjes en andijvie lust. De spruitjes heb ik geprobeerd. Op een zondag natuurlijk, zodat mijn man zijn kookkunsten weer kon uitproberen. Hij had ze in een ovenschaal onder de uiensaus verstopt. Iets minder lekker dan de witlof, maar niet zo erg als in mijn herinnering. Nu de andijvie nog, maar ik moet eerst nog moed verzamelen om door de 'bittere' appel heen te bijten.

2. Houding

Dankzij mijn fysiotherapeute en een zekere Esther Gokhale, die een 'goede houding therapie' heeft ontwikkeld, is mijn houding aan het veranderen.
Eerst moest ik leren om goed te zitten: Voeten recht onder de heupen, knieën licht gebogen, achterwerk naar achteren, net alsof je op de wc wilt gaan zitten, maar ziet dat de bril vies is. In die stand ga je dan op de stoel zitten. Daarna rek je de rug helemaal uit en draai je de schouders van voren naar achteren, zodat je weer helemaal ontspannen ben. Als laatste pak je een pluk haar achterop je hoofd en trekt je hoofd naar achteren, maar nog wel steeds zo dat je een flinke onderkin hebt. Ga er maar aan staan! Of zitten eigenlijk.
De zondag nadat ik geleerd had hoe ik moest gaan zitten, gingen we naar de kerk. Toen we gingen staan voor de zegengroet en daarna weer gingen zitten, bedacht ik wat de reactie van de mensen om me heen zou zijn als ik ging zitten zoals het moest. Ik schoot in de lach en ben maar 'gewoon' gaan zitten.
Toen ik het zitten onder de knie – of liever gezegd boven de knie – had, moest ik leren om recht te staan. Eerst weer hetzelfde verhaal, gebogen knieën, achterwerk naar achteren en rug uitrekken. Daarna moest ik net doen alsof ik iets uit een hoog keukenkastje ging pakken. Beide armen omhoog dus, maar voor mijn borst moest ik een stang denken waar ik overheen moest reiken. Dan armen langzaam laten zakken, de schouders rollen en de pluk haar weer naar achteren.
Ik schoot in de lach. Ik zag mezelf alweer in de kerk gaan staan voor de zegengroet. Net als de dominee de zegen wil uitspreken ziet hij mijn handen omhoog gaan. In gedachten hoor ik de dominee zeggen: 'Tiny, wat doe je nu? Ga jij vandaag de zegen uitspreken? Dat is in ons kerkverband nog niet toegestaan hoor!'
En dan zou ik antwoorden: 'Nee dominee, ik pak alleen even iets uit het keukenkastje.'

3. Denken.

Over een aantal dingen ben ik heel anders gaan denken. Nog steeds vind ik het lastig om daar frank en vrij over te schrijven. Als voorbeeld noem ik de zondag. Ik doe nu dingen op zondag die ik tien jaar geleden beslist niet had gedaan. En er zullen mensen zijn die dit absoluut geen verandering ten goede vinden. Maar, wat er ook verandert, ik denk niet dat ik ooit op een zondag naar een motorbeurs zal gaan. En ik denk zeker te weten dat ik nooit op een motor zal gaan rijden. Zelfs niet op 1 april. ;)

vrijdag 1 april 2011

Midlife?

Hoe ouder, hoe gekker! Dat geldt zeker voor mij. Ik ga jullie nu iets opbiechten wat ik tot nu toe aan niemand verteld heb! Het begon allemaal met een motorbeurs.......

Mijn dochter en schoonzoon zijn vorige maand naar de motorbeurs in Utrecht geweest en kwamen helemaal enthousiast terug. Hun enthousiasme werkte aanstekelijk. Iets wat ik al heel lang wil, begon weer te kriebelen. Zal ik nu dan eindelijk.....?
Dit jaar hoop ik vijftig te worden. Ben ik niet te oud? Heb ik misschien last van de midlife? Ben ik misschien stiekem jaloers op mijn vriendin? Ik heb het me allemaal afgevraagd! Maar ik ben gestopt met vragen en ging over tot daden.

De motorbeurs duurde vier dagen. Mijn schoonzoon had best zin om nog een keer te gaan. Dus op zondag togen we naar Utrecht. Op de motor natuurlijk. Nu nog achterop, met geleende kleding. Maar vastbesloten om nu eindelijk de knoop door te hakken. 'Deze dag ga ik de kleding alvast aanschaffen,' dacht ik 'en daarna onderneem ik verdere stappen.'

Het was nog een heel gezoek om passende kleding te vinden, want het moest natuurlijk wel naar de laatste mode, maar het is gelukt. Mijn schoonzoon zag dat ik helemaal om was en nodigde me uit om in juni mee te gaan naar de Zwarte Cross. Natuurlijk ga ik mee! Zo'n leuk motorfeest wil ik graag meemaken. Ik ben ook vast besloten om mee te doen met allerlei toertochten. Het lijkt me een heerlijk vrij gevoel. Lekker scheuren op zo'n motor, met m'n haar in de wind. En zong Bennie Jolink al niet over Tinus op z'n BSA? Nou dan?

Maar nu komt het moeilijkste deel van deze hele geschiedenis. Ik kan namelijk helemaal niet motorrijden. Dat moet ik nog leren. Dus heb ik de stoute schoenen – of moet ik zeggen, de stoute motorlaarzen – aangedaan en heb me opgegeven voor motorrijles. En vandaag is het zover, dan heb ik mijn eerste les. Om 15.00 uur zit deze dame op de motor. Dus als jullie rond deze tijd iets vreemds voorbij zien komen, heb je maar zo kans dat ik het ben. Zwaai dan maar even naar mij want ik vind het toch wel een beetje eng. Aan de andere kant heb ik er ook heel veel zin in. Een beetje dubbel gevoel dus. Maar dat komt vast wel goed als ik eenmaal op de motor zit.

Mocht dit toch een gevolg zijn van de midlife, dan zal het vanzelf wel een keer weer overgaan. Tot zolang ga ik er 'oerend hard' van genieten.

vrijdag 25 maart 2011

Mona


Ik ben fan van Mona! Vooral de XL-puddingen. Zondag aten we slagroompudding met aardbeiensaus. Maandag vierden we de eerste lentedag met luchtige toffee met chocoladesaus. Woensdag deed mijn dochter boodschappen en omdat ze inmiddels ook lid is van de fanclub kocht ze weer de slagroomvariant. Ik ben fan van Mona. Maar niet alleen om de pudding.

Ik liep een beetje vooruit op de lente. Ik kon echt niet wachten. Half februari heb ik al van alles gezaaid. Sla, tomaten, komkommer, radijs en paprika. Toen ik een vrouw, met verstand van een moestuin en jaren ervaring, trots vertelde dat ik al sla gezaaid had, keek ze me een beetje meewarig aan. Ze vertelde me vervolgens dat er ook wel boeken te koop zijn, waarin staat hoe en wanneer één en ander moest. Ik antwoordde dat ik daar te eigenwijs voor ben. Dat ik vorig jaar pas begonnen was met een moestuin en dat ik alles op gevoel doe. Ik schrijf wel alles op en wat er dit jaar mis gaat, probeer ik volgend jaar op een andere manier.

Het lijkt tot nu toe allemaal wel aardig goed te gaan. Het gezaaide kreeg op kamertemperatuur de gelegenheid om te ontkiemen. In een kamertje naast de huiskamer, zodat ik er elke keer even tegen kan praten. Ik had mijn man gevraagd om daar een vensterbank te maken. Maar hij kent mij, dus hij bedacht dat het maar een tafel moest worden. En hij had gelijk, de tafel staat helemaal vol.

De sla was al binnen een week boven. Het zaad dat ik gebruikte was al over datum. Dus had ik extra gezaaid. Met als gevolg dat ik nu 18 slaplantjes heb, want bijna alles kwam gewoon op. Als mijn plantjes een beetje beginnen te groeien gaan ze naar boven. Voor het raam van de logeerkamer. Geen verwarming. Alleen de zon. De komkommerplant is tot nu toe mijn grootste trots.

Maar ik heb natuurlijk niet voor niets een kas gekocht. Dus zette ik er alvast wat paprikaplantjes en sla in. Op goed geluk, ik had er toch genoeg van en moet alles uitproberen. In de kas is het 's nachts maar een graad of vier hoger dan erbuiten. Dus moet ik de nachtvorst goed in de gaten houden. En tot nu toe gaat het goed. Zaterdag heb ik de knoop definitief doorgehakt en alles uit de logeerkamer in de kas gezet. Inclusief mijn komkommerplantje, waar ik er maar één van heb. Best wel een beetje spannend. Want ik wil liever niet dat het een kwamkwammer wordt.

Toen we een toetje zaten te eten, kreeg ik een lumineus idee! Daarom ben ik nu fan van Mona. De doorzichtige bakjes zijn perfect geschikt om over mijn plantjes heen te zetten als zich toch een nachtvorstje aandient. Achter dubbel plastic hebben ze toch nog weer iets meer bescherming.
Maar het is maar goed dat het bijna april is. Want ik heb ook bietjes gezaaid. Ook weer op goed geluk. En dat lijkt aardig gelukt. Dus nu staan er ongeveer 100 bietjes te ontkiemen. Als ik die ook allemaal moet voorzien van Monabakjes, ben ik bietjerond voor ik de eerste biet kan oogsten.

Het is weer lente! Zon op mijn gezicht. Lammetjes in de wei! Vogels op het nest! Plantjes in mijn kas. Dankbaar genieten van wat de lente meebrengt. Dankbaar genieten dat alles weer lichter wordt. Mijn winterdip kan weer voor een hele tijd de kast in. Op de plank naast de dikke truien, bovenop het thermo-ondergoed. En om dat te vieren trakteer ik mijn gezin vanavond op een Mona-toetje!