vrijdag 26 oktober 2012

Planning


Heb je ook wel eens van die dagen, dat je aan het eind niet hebt gedaan wat je had willen doen. En in plaats daarvan allerlei andere – al dan niet nuttige – dingen hebt gedaan. Ik heb regelmatig van die dagen. Voor woensdagmiddag was een bolchrysant van dooie bloemen ontdoen het enige dat ik gepland had. Ik zou visite krijgen en die chrysant was nog net een leuk klein klusje om voor die tijd te doen.

De visite sms'te af. Wat zou ik nu eens met deze middag gaan doen?

Voor mijn buurman had ik de laatste tijd een aantal dingen op marktplaats gezet. De verkoop verliep zo goed, ik kreeg er zoveel lol in, dat ik besloot om zelf ook allerlei spullen via marktplaats op te ruimen. Mijn huis en schuur worden op die manier leger, mijn portemonnee voller.
Ik besluit om deze middag de zolder van de schuur op te klimmen en een foto te maken van onze oude tafel en daarna eens te kijken wat er allemaal nog meer verkoopbaar is.

Omdat ik mezelf ken en weet dat zulke acties, qua tijd, helemaal uit de hand kunnen lopen, besluit ik eerst mijn avondeten voor te bereiden. Ik snij de prei voor de ovenschotel en wil de afval in het prullenbakje gooien. Maar die prullenbak is al dagen vol en nu kan er echt niks meer in gepropt worden. Ik loop naar buiten naar het compostvat om de prullenbak te legen. Ook het vat zit vol. Ik doe de klep onderaan open om te kijken of het afval al compost is geworden. Warempel, er zit al hele mooie compost onderin het vat.

Ik pak een kruiwagen, schep een gedeelte van de compost onder uit het vat en breng het naar mijn moestuintje. Maar dat tuintje is nog niet onkruidvrij. Dus pak ik een greep en ga het onkruid te lijf. Mijn lijf zegt na een tijdje dat ik daarmee moet stoppen. Maar ik moet nog een halve vierkante meter. Toch doorgegaan.

Daarna eerst een rustpauze ingelast. Ik lees op de mail dat mijn buurvrouw, die van mijn plannen om videobanden op marktplaats te zetten op de hoogte is, graag de banden wil komen bekijken. Voordat ze komt maak ik gauw de ovenschotel verder af, want ik had alleen nog maar prei gesneden. Als alles klaar is, begin ik vast de kast met video's te ontruimen. Alle originele banden op de tafel, alle overige banden, waar we ooit zelf films op hadden gezet, in een vuilniszak. Op de leeggekomen plek in de kast gaat de duplo voor mijn kleinzoon.

Als mijn buurvrouw, samen met haar dochter, zestien banden uitzoekt ben ik blij. Ik geef ze de vuilniszak met alle andere banden cadeau. Ze besluiten om diezelfde avond nog een filmavond te organiseren. Iedereen blij. De rest van de video's zet ik op de foto en daarna op marktplaats.

Ik bedenk ondertussen dat ik het compostvat nog wel verder uitgeschept wil hebben en als mijn man thuiskomt krijgt hij dat, naast de ovenschotel, als verzoek op zijn bord.
Mijn man wil daar wel een uurtje aan spenderen. De compost wordt netjes over mijn tuintje verspreid. Hij doet er stukken karton overheen, zodat er geen onkruid gaat groeien en daarna gooien we er klinkers op zodat de boel niet wegwaait. Weer klaar. Als ik bij het compostvat de stoep aanveeg, zie ik dat de buren Shrek aan het kijken zijn.

Mijn bolchrysant heeft nog steeds dooie bloemen, ik ben niet op de zolder geweest, maar ik heb toch een zeer voldaan gevoel over deze dag. Mijn tuintje is winterklaar. De kast met video's is opgeruimd. Ik heb ongepland en zonder marktplaats, mijn eerste verkoopgeld binnen. En morgen is er weer een dag.  

donderdag 18 oktober 2012

Rijk




Misschien word ik wel rijk! Ik heb namelijk een lot gekregen. Bij Sandd – het op één na grootste postbedrijf van Nederland – hebben we ons allemaal het apezuur gelopen en gefietst om alle enveloppen van de miljoenenjacht rond te brengen. Als dank kregen we een lot. Dus nu kan ik in november zomaar miljonair worden.

En sinds dinsdag hou ik me al bezig met de vraag: Stel nou dat ik een miljoen win, wat ga ik er dan mee doen? Het staat buiten kijf dat ik een gedeelte zou weggeven aan goede doelen. Mijn dochter vertelde me net over een onderzoek – waarschijnlijk in Amerika – van drie groepen mensen, die allemaal 3 dollar kregen. De eerste groep kreeg de keus: ze mochten het geld zelf besteden of aan een goed doel geven. De tweede groep werd verplicht om iets voor zichzelf te kopen. De derde groep moest het geld doneren aan een goed doel. Uit het onderzoek bleek onder andere dat de mensen die een keus hadden, er minder gelukkig mee waren als ze het geld aan zichzelf besteed hadden, dan de mensen die geen keus hadden. Het schuldgevoel speelde hen parten. Dat zou ik ook hebben. Als ik in één klap rijk zou worden en mijn geld niet zou delen met de armen, zou ik me daar niet gelukkig onder voelen.

Nu hoor ik mijn schoonzoon al zeggen: 'Dat is goed, moeder, geef het geld maar aan de armen.' En ik zie hem zijn armen omhoog houden en zeggen: 'Geef maar aan mijn linker- en mijn rechterarm.' En natuurlijk, hij heeft gelijk, ook mijn kinderen zouden moeten delen in mijn rijkdom. Ik twijfel er alleen aan of ik niet de neiging zou hebben om me met hun besteding van het geld te bemoeien. Stel nou dat ze een sabbatical opnemen en een wereldreis gaan maken, terwijl ik het veel verstandiger vind om bijvoorbeeld een huis te kopen. Op die manier kan het gegeven geld mij wel eens als een boemerang op mijn nek gaan zitten.

En ondertussen heb ik nog steeds niet bedacht wat ik er zelf mee zou willen doen. Een nieuw huis? Welnee, waarom? We hebben al een prachtig huis, zeker nu we er ook nog een zonnekamer bij hebben. Een verre reis? Alsjeblieft niet! Dat is niet besteed aan iemand die de laatste dag van de vakantie altijd de mooiste vindt. Alhoewel de laatste vakanties bij de Moezel wel erg leuk waren.
En opeens weet ik het! Ik ga een vakantiehuis aan de Moezel kopen. Een groot huis waarin iedereen welkom is. Dat is het! Ik ben blij dat ik er uit ben. Nu alleen nog even winnen.

Misschien word ik wel rijk. Maar dan nog zijn alle belangrijke dingen in het leven onbetaalbaar.
En tegelijk gratis.
Als ik denk aan de liefde van- en voor man en kinderen, familie en vrienden.
Als ik denk aan die superkleinzoon van ons.
Aan de natuur, die in alle seizoenen weer even prachtig is.
Aan gezondheid.
Aan geloof.
Als ik denk aan alle kleine en grote zegeningen, elke dag weer, dan kan ik maar één conclusie trekken:

WAT BEN IK RIJK!  

vrijdag 28 september 2012

Vragen


Welk groter plan zit achter mijn bestaan?
Waar is de goede weg die ik moet gaan?
Waarom twijfel ik nog overal aan?
Hoe zal het mij in de toekomst vergaan?
Wanneer zal ik alles leren verstaan?

                        *

Soms blijven vragen onbeantwoord staan.
Dan vraag ik rust en moed om door te gaan





vrijdag 21 september 2012

Doof


'Waar ben ik toch weer aan begonnen!' Dat vraag ik mezelf vertwijfeld af als een cursus gebarentaal veel moeilijker blijkt dan ik gedacht had. Het is donderdagavond en de docente vraagt me iets, maar ik heb geen idee wat! Ik ben moe en heb een zere keel, maar durfde niet thuis te blijven, bang als ik was dat ik er dan daarna helemaal niets meer van zou snappen. Gelukkig hoef ik niet te praten, mag ik zelfs niet praten, maar wat ik moet gebaren is me ook ten ene male onduidelijk. Ik sta weer eens met de mond vol tanden. Of in dit geval kan ik beter zeggen 'met de handen in het haar.'

Als ze eerst iemand anders een beurt geeft en daarna nog eens iemand, begint het me te dagen dat ze vroeg hoe ik hier gekomen ben en dat ik had moeten antwoorden dat ik met de auto gekomen ben. De meesten zijn met de auto, een enkeling met de fiets en één grapjas gebaart dat hij met de helikopter is gekomen. 'Ach,' denk ik dan, 'wat maakt het me ook uit dat het vanavond even niet gaat, we hebben lol en dat is ook belangrijk.'

Ouderdomsdoofheid zit bij ons in de familie. Mijn moeder is stokdoof. Communicatie is moeilijk. Misschien dat het met ondersteuning van gebaren beter gaat. Sommige gebaren zijn zo voor de hand liggend, die zal mijn moeder ook snappen zonder cursus. Andere zullen misschien bekend worden door het vaak te gebruiken. Het is in ieder geval te proberen.
Verder hebben we regelmatig iemand te gast die ook gebaren gebruikt, ter ondersteuning van het praten, en dan is het fijn dat ik weet wat de gebaren betekenen.
En de kans bestaat natuurlijk dat ik zelf ook steeds slechter ga horen. Daar ben ik dan in ieder geval op voorbereid.

Doofheid zit ook bij mijn man in de familie. Maar mijn man heeft nergens last van. Toen hij een keer vroeg thuiskwam van zijn werk en mij al roerend in de pannen aantrof, vroeg hij: 'Gaan we vroeg eten?' 'Nee,' zei ik, 'dit moet nog drie kwartier in de oven.' 'Wat,' zei hij toen, 'heb je wc-papier in je ogen?' Maar hij wordt niet doof hoor, hij had het alleen verkeerd verstaan.

De cursus valt me tegen. Mijn stijve vingers willen niet meewerken. En dat is toch wel een vereiste natuurlijk. Vrijdagmorgen sta ik voor de spiegel en gebaar tot ziens tegen mezelf. 'Gek mens,' denk ik dan. Maar als ik even later voor het raam sta en de kipjes verlangend naar voer bij het gaas zie staan, gebaar ik goede morgen tegen ze. En dan wil ik gebaren dat ze maar even moeten wachten, maar daar weet ik de juiste gebaren niet voor. Dus ik maak maar een op en neergaande beweging met mijn handen. 'Even rustig aan jullie, ik moet eerst zelf ontbijten.' De haan kukelt terug. Toch iemand die het begrepen heeft.

Het is wel een idee, natuurlijk. Om het te leren moet je veel oefenen. Dus waarom zou ik niet tegen de kippen gebaren? En tegen de hond en tegen de vogels en tegen …

Ik denk dat ik me een beetje teveel laat meeslepen door deze cursus! En dan zit er ook nog een irritant stemmetje in mijn hoofd die me zegt dat er ook een oogziekte in de familie zit en dat ik net zoveel kans heb om blind te worden. Maar voor dat stemmetje houd ik me voorlopig even hartstikke doof!


dinsdag 11 september 2012

Veren


Ooit schreef ik dat ik fysiotherapie zou zien als een te bouwen brug*. En dat ik wel zou zien wat me aan de overkant stond te wachten. Ik kan het u nu vertellen. Aan de overkant stond een orthopedisch chirurg, die me vertelde dat er niets aan te doen is.

Ik was namelijk weer terug gegaan naar de huisarts. Omdat ik nu eindelijk wel eens wilde weten wat er precies aan de hand is met m'n rug. De huisarts stuurde me naar het ziekenhuis om een röntgenfoto te maken. Op een röntgenfoto was niet genoeg te zien, dus moest er een MRI-scan gemaakt worden. Een belevenis op zich. Lig je daar in zo'n nauwe koker. Ik kreeg de lugubere gedachte dat het zo ook ongeveer moet zijn als je in een doodskist ligt. En dan het lawaai!!! Takketakkeboemboemboem! Ik dacht: 'Lig ik al in een doodskist, schieten ze me ook nog dood!'
Gelukkig haalden ze me er na ongeveer twintig minuten weer uit. Daarna was het wachten op de uitslag.

Vorige week vrijdag was het zover. Mijn dochter ging mee naar het ziekenhuis. Eerst vond ik dat onzin, maar twee horen meer dan één, dus was ik toch wel blij dat ze meeging.
De arts liet de foto zien. 'Kijk,' zei ik tegen mijn dochter, 'zo'n mooie foto heb je nog nooit van je moeder gezien.' De meeste foto's van mij mislukken namelijk, maar deze was goed gelukt!
De foto werd uitgelegd. De wervels waren te zien met daartussen allemaal keurig witte kussentjes, die tussenwervelschijven heten. Keurig netjes, behalve de onderste! Als je je rug vergelijkt met een veer zorgen de tussenwervelschijven voor de veerkracht. Het onderste stukje van mijn veer is dus kapot. En dat veroorzaakt de pijn. En daar is niets aan te doen. 'Maar je kunt er wel honderd mee worden,' zei de dokter. Ik moest denken aan mijn zwager. Zijn dokter zei hetzelfde tegen hem en in navolging van mijn zwager zei ik: 'Ja, als ik voor die tijd niet dood ga.' Op dat punt kreeg mijn dochter waarschijnlijk spijt dat ze meegegaan was.

Vorige week vrijdag was het ook tijd om afscheid te nemen van Ukkie, de kip met het zere pootje. Het ging niet langer. Ze sleepte zichzelf door de dagen en ik besloot dat het genoeg was geweest. Maar ik durf zelf geen kip te slachten. Ik zat ermee in m'n maag en dat was echt wel het laatste wat ik wilde.
Dus dacht ik aan de buurman, die draait er zijn hand niet voor om. Of liever gezegd, die draait zijn hand er wel om. Met als beloning een lekker kippensoepje. Uiteindelijk werd het zijn schoonvader die het karwei zou klaren onder toeziend oog van allerlei jongetjes, die altijd ongeoorloofde schiet- en moordspelletjes doen op hun pc. De buurvrouw vond dat het goed was om ze te laten kennismaken met de echte dood.

Ik bracht het beestje naar de overkant en nadat ik aan de kinderen uitgelegd had waarom de kip niet verder kon leven, liep ik met een brok in mijn keel terug naar huis. Ik hoefde er geen getuige van te zijn, ik lustte er ook geen soep van. Het enige wat ik graag wilde was een veer als aandenken. Eén van de kinderen bracht me een hele verentooi en die kreeg een mooi plaatsje in onze serre.

Puk, de haan woont nu samen met de Tokkies. Kaatje, de kip die tot dan toe de baas was, moest een flinke veer laten. Maar nu de pikorde eenmaal bepaalt is, gaat het buitengewoon goed. Wie weet krijgen ze volgend jaar wel kuikens. Dan zal ik er één naar Ukkie noemen. Maar een kuiken met spreidpoten zal bij mij geen veren meer krijgen.



woensdag 29 augustus 2012

Lapwerk


Wie dit lapwerk ziet, zal waarschijnlijk niet kunnen geloven dat zelf mijn eigen kleding maken jarenlang mijn grootste hobby was. Nu pak ik mijn naaimandje alleen als er wat verstelt moet worden en dan ook nog met grote tegenzin. Dingen veranderen!

Soms ontkom je er niet aan. De oude werkbroek van mijn man – die jarenlang dienst deed en inmiddels gekleurd is met alle kleuren van ons huis – begint te scheuren op de knieën. 'Weg met dat ding,' roep ik. 'Wat moet ik dan aan?' vraagt mijn man. In de kast vind ik nog een spijkerbroek, niet meer geschikt voor daags gebruik, maar nog best als werkbroek. Mijn man is blij met zijn nieuwe 'oude' broek. Maar na een paar weken begint ook die te scheuren. 'Dan moet ik er toch maar knielappen opzetten,' denk ik.

In de winkel zie ik geen knielappen. 'Misschien is dat wel niet meer van deze tijd,' bedenk ik hoopvol. De winkelier helpt me uit die droom. 'Volgende week weer,' antwoord hij op mijn vraag of er ook nog knielappen te koop zijn. Dan bedenkt hij dat hij achter nog enkele heeft liggen met niet alledaagse kleuren en vraagt welke kleur ik wil. Ik vertel hem dat het voor een werkbroek is van mijn man, dus dat de kleur mij niet zoveel uitmaakt, zolang het geen roze of iets dergelijks is. Als hij hoort waar het voor is, komt hij aanzetten met herstelstof, speciaal voor spijkerbroeken. En als hij dan ook nog zegt dat ik het alleen maar op hoef te strijken, ben ik helemaal blij.

Het strijken is zo gebeurd. Ik ben ondertussen wel benieuwd wat mijn man er van zal zeggen, want de kleur is bij lange na niet hetzelfde. 'Geef me nog een geblokt overhemd en een rooie neus en ik kan zo aan het werk als clown,' is zijn reactie als hij de broek ziet. Tja, misschien heeft hij wel een beetje gelijk. 'Maak hem dan maar gauw zo vies mogelijk,' is mijn advies. Helaas, hij wordt niet alleen vies, de stof laat ook los. Bah, nu moet ik toch nog met naald en draad aan de gang.

Als de broek gewassen is, besluit ik direct maar te beginnen met het lapwerk. Het hoeft geen kunstwerk te worden, dus met grote steken naai ik de lap vast aan de broek. Het lijkt nergens op. 'Jezus zei ook al dat je een nieuwe lap niet op een oude jas moest naaien,' bedenk ik al prutsend. Als het naaiwerk klaar is, zoek ik het gedeelte van 'de nieuwe lap' op in de Bijbel* Daar wordt Jezus de vraag gesteld waarom zijn leerlingen niet vasten. Hij legt dan uit dat het bruiloftsgasten niet past om te vasten, zolang de Bruidegom er nog is. Net zomin als een nieuwe lap past op een oude jas.

Ik denk er verder over na. Soms voel ik me net zo'n oude uitgestukte jas. Mijn oude mens, opgelapt met stukken nieuwe mens. Het blijft wringen en de zonde scheurt het maar al te vaak weer stuk. Gelukkig weet ik dat ik, voordat ik de bruiloftszaal binnen ga, nieuwe kleren krijg.** Tot aan die tijd zal het lapwerk blijven.

*Matteüs 9:16
**Matteüs 22:11

dinsdag 14 augustus 2012

Verstandig


Mijn man is verreweg de verstandigste van ons tweeën. Mensen die ons kennen zullen nu misschien zeggen: 'Dat hadden we altijd al gedacht!' Dan kan ik u nu vermelden dat u dat altijd goed hebt gedacht.

Het is zondagmiddag en we zijn van plan om een eindje te wandelen. Met de nadruk op 'eindje.' We hebben een nieuw wandelpad ontdekt in Oosterwolde. Het totale pad is 14 kilometer, maar er is een short-cut waardoor je 5 kilometer afsnijdt. We besluiten om alleen die 5 kilometer te lopen.
'Wat zal ik aandoen, mijn wandelschoenen of mijn sandalen?' vraag ik aan mijn man. Zijn antwoord: 'Moet je zelf weten, ik doe mijn wandelschoenen aan.' Dat zou toch genoeg moeten zijn, maar ik ben van het eigenwijze soort en doe mijn sandalen aan. Een stemmetje in mijn hoofd zegt me nog dat mijn man negen van de tien keer gelijk heeft, maar ik besluit dat vandaag de tiende keer is.

Als je de route niet kent, kun je ook maar zo de verkeerde kant oplopen. We lopen steeds verder weg van het dorp en na een uur geloven we niet meer dat we de korte route lopen. Het is een mooie route, als je tenminste wandelschoenen aanhebt. We lopen langs een boerenerf en daarna langs een maisveld. De boer komt ons tegemoet en zegt: 'Ik ben mollen aan het vangen en ik heb de wespen boos gemaakt, uitkijken dus.' Nou reken maar dat ik héél goed uitgekeken heb. Op blote voeten in een mollenklem is een ervaring die ik niet hoef mee te maken.

De route loopt verder langs boerenweggetjes met weids uitzicht over de akkers en weilanden. We gaan van de weg af, op een smal plankje over een sloot en lopen dwars door een weiland. Daarna klimmen we over een hek, lopen langs een sloot naar een ander weiland en klimmen weer over een hek. Lijkt simpel, is het misschien ook wel, als er maar niet zoveel brandnetels en distels stonden. En ergens tussenin zit ook nog prikkeldraad. Mijn man baant met zijn wandelschoenen heel lief de weg voor mij. Toch is het niet te voorkomen dat ik brandnetels raak. Maar gelukkig staat er weegbree in het volgende weiland, dus het prikkende gevoel is al gauw weer weg.

Dan ziet mijn man een schaap met de poten in de lucht liggen. 'Die moeten we redden,' zeg ik. Ik heb namelijk wel eens gehoord dat schapen niet zelf overeind kunnen komen en doodgaan als ze te lang zo blijven liggen.
Dus we lopen naar het weiland met schapen. Er zit een sloot tussen beide weilanden. Ik twijfel of ik zal springen maar mijn man ziet een eindje verderop al een hek. We klimmen over het hek en lopen naar het schaap. Mijn man blijft staan. Hij bedenkt vast een verstandig plan. Ik denk niet na en grijp het schaap bij de voorpoot, het verst bij mij vandaan, om hem zo in de stabiele zijligging te leggen. Met als gevolg dat het schaap mij een schop geeft met zijn andere voorpoot. Niet handig dus. Dan doen we het maar andersom. Ik grijp de andere poot vast en we duwen hem om. Het voelt super om een beest te redden. Even vergeet ik alle moeheid en zere voeten.

Even! Na een half uurtje weet ik dat ik de ene voet voor de andere moet zetten om vooruit te komen, maar zie er verder het nut niet meer van in. Als we weer bijna terug zijn bij het dorp, wijst de route ons nog weer de andere kant op. Mijn man vindt het ook niet meer grappig en wil direct richting dorp lopen. Dat vind ik heel verstandig.

Als we weer thuis zijn, liggen we de rest van de avond uitgeteld in de stoel. We besluiten vroeg naar bed te gaan. Ik lig nog maar net in bed of een 'blieb, blieb' zegt mij dat mijn mobieltje vindt dat hij opgeladen moet worden. Ik zucht een keer, sta weer op, loop naar de woonkamer om de oplader te pakken en ga weer terug naar de slaapkamer. Op de tast zoek ik het stopcontact. 'Je kunt ook het licht aandoen,' zegt mijn man. Het stopcontact is snel gevonden, maar nu nog de oplader in mijn telefoon. Ik bedenk dat mijn mobieltje ook licht kan geven. Maar voor ik ontdekt heb wat de voor- of achterkant en de onder- of bovenkant van mijn mobieltje is – en dus voor ik de goeie knop te pakken heb – zijn we een tijdje verder.
'Dat is slim,' zegt mijn man als het licht uiteindelijk aangaat. 'Ja, ik ben ook niet helemaal dom,' antwoord ik. 'Nee, het duurt even, maar dan ben je niet helemaal dom,' is zijn verstandige antwoord.