woensdag 28 augustus 2013

Zon

Zondagavond hadden we zomaar zin om de zon in de Zuiderzee te zien zakken. Mijn man ging Googlen op zijn Ipad en las daar dat de zon die avond om 20.42 uur onder zou gaan. En dat Schokland een goede plek zou zijn om dat schouwspel te zien. Wij stapten om half acht in de auto, ruim op tijd, naar wij dachten.

Toen we richting Schokland reden, zagen we al dat het niet goed zou komen. We zouden met de rug naar de zee, de zon onder zien gaan in de polder. Ook leuk, maar niet wat we wilden. Dus reden we verder en kwamen uit in Urk. Daar parkeerden we de auto buiten het dorp bij de haven en gingen vervolgens op zoek naar de zee. Dat was nog niet zo eenvoudig want elke weg liep dood. Er was altijd wel weer een hek dat op slot zat. Mooie foto's konden wel gemaakt worden, maar dichtbij de zee konden we via de haven niet komen.

We liepen weer terug naar de doorgaande weg en volgden de bordjes naar het centrum. 'We moeten opschieten,' zei mijn man, 'want anders is de zon straks al onder.' In draf gingen we door het dorp op weg naar de zon.
Eindelijk zagen we het vrouwtje dat uitkijkt over de zee. En de zon. Ze had netjes op ons gewacht. Ik maakte de ene foto na de andere.

Daarna slenterden we over de kade. Af en toe stopten we omdat er weer een mooi plaatje te schieten was. We vonden een mooi bankje met uitzicht over de zee en besloten daar te wachten tot de zon helemaal onder zou gaan.

Maar natuurlijk kon ik niet blijven zitten, ik zag weer van alles waar het fototoestel aan te pas moest komen. Mijn man werd er ook door aangestoken. 'Als je nu iets naar boven loopt en een foto maakt van de zon, door de lantaarn,' stelde hij voor en hij liep zelf alvast naar boven. Ik liep erachteraan. De zon was niet te zien door de lantaarn, maar er waren wel genoeg andere mooie plaatjes te schieten.

Toen we weer terug wilden naar ons bankje was dat natuurlijk alweer bezet. We liepen door, kwamen op het strand en wachtten daar tot de zon helemaal onder was. Wat een prachtig gezicht. De zon werd steeds mooier en roder. Vijftig foto's later gingen we terug naar de auto. 
Daar gekomen kon ik het niet laten om toch nog weer even een foto te maken van de haven.

Nu ik dit schrijf moet ik denken aan Herman Finkers met zijn conference 'De zon gaat zinloos onder, morgen moet zij toch weer op.' Zinloos? Ik vind van niet! Wat was het prachtig en wat hebben we genoten. Deze ZONdag deed zijn naam alle eer aan.


woensdag 21 augustus 2013

Vergeten

Vroeger had mijn moeder soms de gewoonte om kopjes om te wisselen. Mijn man kreeg dan mijn kopje koffie en ik die van hem. Tegenwoordig overkomt me nogal eens precies hetzelfde en mijn man zegt dan: 'Je begint op je moeder te lijken.'
Daar schrik ik van. Zou Alzheimer zo beginnen?

Kent u het? Afspraken in de agenda schrijven en dan vergeten in de agenda te kijken? Ben u ook regelmatig dingen kwijt? Ik wel. Vorige week was ik tuinbonen aan het inmaken, kreeg ik telefoon tussendoor en weg waren de bonen. Ik keek in de vriezer of ik ze daar al ingedaan had, maar nee, niet dus. 'Ik ben een boon als ik weet waar ze gebleven zijn,' dacht ik. Niet meer zoeken helpt meestal het beste om iets terug te vinden en ja hoor, ze lagen in de koelkast. Moet ik me zorgen maken?

Ik heb besloten om dat niet te doen. Jammer van de energie die ik daarin steek. Als het zo is, dan is het zo. Dan hoop ik dat de mensen om mij heen liefdevol voor mij zorgen. Als het niet zo is, dan heb ik me in ieder geval niet voor niets bezorgd gemaakt. Het is wel een stimulans om van alle dingen extra te genieten.

Deze week bereikte het vergeten een absoluut dieptepunt:
Ik was vorige week met een schoonzusje bij 'De Kleine Winst' geweest. Eindelijk, zou ik haast zeggen, want van diverse mensen had ik al gehoord dat het zo'n mooie winkel was. En ze hebben gelijk, ze hebben erg mooie spullen. Vooral één schilderij vond ik heel mooi. 'Dat zou perfect in mijn serre staan,' zei ik tegen mijn schoonzusje, die dat beaamde.
Een paar dagen later ging ik met mijn man nog eens naar het schilderij kijken. We gingen over tot de koop en mijn man hing het schilderij direct op. Sindsdien geniet ik van mijn boom.

Ik mailde mijn vriendin dat ik eindelijk bij 'De Kleine Winst' was geweest en een schilderij had gekocht. Ik vertelde haar dat het liefde op het eerste gezicht was geweest en nodigde haar uit om te komen kijken. Dat deed ze maandag.
Toen ze het schilderij zag, schoot ze in de lach en zei: 'Dat schilderij hangt al een paar jaar in mijn woonkamer.'

Ik vertelde het 's avonds aan mijn dochter met de mededeling dat ik nu toch echt dement aan het worden ben. Zij zei: 'Mam, dat is geen Alzheimer, dat is totale desinteresse voor wat iemand in de kamer heeft hangen.' Dat klopt ook wel, want als ik er over nadenk, weet ik alleen maar van mijn dochters wat ze in hun kamers hebben hangen, voor de rest zou ik het niet kunnen zeggen. Nou ja, van mijn vriendin weet ik het nu ook!


Laatst hoorde ik iemand zeggen: 'Als je ouder wordt, wordt alles minder, behalve het vergeten.' Die uitspraak heb ik onthouden. Dat dan weer wel!

woensdag 7 augustus 2013

Gebed van een moeder

Heer, ik maak me zorgen om mijn kind:
Zelfstandig gaat ze haar eigen weg,
ze doet allang niet meer wat ik zeg,
en ook niet wat U belangrijk vindt.

Ik ben zo bang dat ze dwaas is
– geheel vervuld van eigen leven,
zonder aandacht aan U te geven –
en dat ze dan straks het feest mist.

Ik hoop dat U haar nog wat tijd geeft.
Dat U ligt te slapen in haar boot,
totdat het stormt en ze in nood,
beseft dat ze U toch nodig heeft.

Ik bid dat U nog wat geduld heeft.
Ook al zoekt ze U niet meer,
blijf haar tegenkomen, Heer.
Totdat ze haar hart weer aan U geeft.

zondag 21 juli 2013

Boerenkool

Dit is Ingel. De nieuwe puppy van mijn dochter en schoonzoon. Maar  - omdat ze bij ons in huis woont  - ook een beetje mijn puppy. Wat Ingel met boerenkool te maken heeft zal ik u zo uit de doeken doen. Eerst wil ik u graag vertellen waarom ik vorige week, op een zomerse dag, een winterse groente stond in te vriezen.

Vorig jaar hebben we voor het eerst boerenkool gezaaid. Het lukte niet echt, het bleven maar mini-plantjes. Waarschijnlijk veel te laat gezaaid. 'Dat overkomt me niet weer,' dacht ik. Dus dit jaar deed ik wat op het pakje stond. Ik zaaide in mei om in oktober te oogsten. Ik strooide kwistig met het zaad met de gedachte dat, als de helft op zou komen, ik een leuk aantal plantjes zou hebben. Uiteindelijk kwamen er zevenenvijftig plantjes op. Meer dan genoeg zou je denken.

Maar dat was nog niet alles. Twee winters terug kreeg ik paarse boerenkoolplantjes van mijn schoonzoon. De opbrengst was goed en ondanks de kleur hebben we er lekker van gegeten. De laatste keer dat ik oogstte, sneed ik de plantjes net boven de grond af. De rest zou ik er nog wel een keer uithalen. Niet dus.

Tot mijn grote verbazing begonnen de stompjes in de lente weer uit te lopen. Er kwamen prachtige gele bloemetjes in. Ze mochten blijven tot ze uitgebloeid waren, daarna verdwenen de planten in het compostvat. De inhoud van dat vat heb ik in het najaar over mijn moestuintje uitgespreid. En daar kwamen toen dit voorjaar overal spontaan paarse boerenkoolplantjes op. Daarom stond ik dus vorige week met dat mooie weer al boerenkool in te vriezen.

De zevenenvijftig gewone plantjes was al veel, maar nu ik ook nog zomaar weer paarse boerenkool kreeg werd het teveel. Weggeven is dan de beste optie. Ik vroeg mijn zwager of hij nog belang had bij boerenkoolplanten. Jawel, hij wilde wel tien planten met worst en tien planten zonder. Dus kocht ik een blik knakworst en leverde de plantjes af met en zonder worst.

En nu kom ik weer bij Ingel. Die zit elke keer net naast de boerenkool in de moestuin gaten te graven. Op deze foto heeft ze daarvoor straf. Maar zie haar nu onschuldig kijken. Net of ze zeggen wil: 'Ja maar, ik heb je horen zeggen dat er worst bij boerenkool hoort. Dus zit de worst vast verstopt in de grond. Ik wil ze alleen maar vast voor je opgraven. Raar hoor dat ik daar straf voor krijg.'

Wat het allemaal nog zal worden met de boerenkool is afwachten. De plantjes zijn ook al ontdekt door slakken. Maar in ieder geval zit de eerste oogst in de vriezer. Want hoe gek ik ook ben op boerenkool, ik ga het toch echt niet in de zomer eten.





donderdag 18 juli 2013

Lofzang*

Als ik een man een psalm hoor fluiten,
sluit ik even de ziekenhuiswereld buiten.
De lofzang klinkt uit de centrale hal.

Er is een Hoorder, die ons horen zal.
Hij zal redden wie Zijn heil verwacht.

Zachtjes zing ik mee met stil ontzag.


*Ps. 65:1



woensdag 12 juni 2013

Wachtkamer

Je zit te wachten tot de dokter je haalt.
Je hoort de uitslag die hij steeds weer herhaalt:

Nog even te leven.

De avond van je leven kleurt nu rood.
Je zit in de wachtkamer van de dood.

Door de artsen opgegeven.
Maar God belooft je eeuwig leven.

Dood


De duivel steek de draak met mij! 'Jij met je vogels*, fluistert hij, vogels gaan ook dood hoor!'

Het is waar! Beleefdelente.nl is dit jaar wat dat betreft één grote teleurstelling! De jonge koolmeesjes gaan, voor het oog van de camera, één voor één dood. Nog gruwelijker zijn de beelden bij de ooievaar. Die broedt vier eieren uit, maar al snel wordt het zwakste jong gedood en gevoerd aan de anderen. En als de drie overgebleven jongen groter worden, en het maar blijft regenen, wordt er nog één overboord gegooid. De jongen mogen namelijk niet nat worden en er blijft maar plek voor twee over onder moeders paraplu.
Maar vier van de acht nestjes zijn tot nu toe min of meer succesvol. En daar zit dan de ooievaar ook nog bij. Een zeer teleurstellend jaar.

Mijn eigen Turkse tortels hebben ook geen succes. Tot twee keer toe worden de eieren opgegeten door een ekster.

Op de dag dat ik met mijn vader naar het ziekenhuis moet voor de uitslag van de scan, laat ik 's morgens de hond uit. Net als we willen oversteken, zie ik een jonge merel dood aan de kant van de weg liggen. Ik zie het maar sla er niet echt acht op. De volgende dag, als ik inmiddels weet dat mijn vader ziek is en niet weer beter zal worden, ligt de vogel er nog. Nu komt het hard binnen. Er zijn ook vogels die dóód gaan. Een paar dagen later ben ik getuige van het vangen en opeten van een jonge pimpelmees door de kater van mijn dochter. Daarna begint het getreiter in mijn hoofd. 'Jij met je vogels, vogels gaan ook dood hoor!'

Is dit een aanval op mijn geloofsvertrouwen? Ik ervaar het wel zo.

'Wat ben je toch een draak,' sis ik terug. Wat gemeen om te proberen mijn geloofsvertrouwen onderuit te schoffelen door op dode vogels te wijzen. Maar het zal je niet lukken. Juist in de moeilijkste momenten van mijn leven heb ik ervaren dat God erbij is. Dat Hij niet voor niets 'Jahweh' – Ik zal er zijn – heet. En op de momenten dat het bijna te moeilijk werd, heeft Hij mij gedragen. Dus schei maar uit met je poging. Ik blijf geloven dat God voor mij zal zorgen, wat er ook gebeurt. Hou je bek maar en ga uit mijn hoofd. Aan het eind komt alles goed, behalve voor jou dan.'

Als ik de week erop weer op mijn bankje zit uit te rusten van mijn rondje post, besluit ik om erover te schrijven. Fluitende vogels moedigen me aan alsof ze zeggen willen: 'Toe maar, schrijf het maar op! De dood heeft niet het laatste woord.'**




** 55 Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ 56 De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. 57 Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.