maandag 19 december 2011

Vierkant


Dit kunstwerk staat al sinds de eerste adventszondag bij ons in de kerk. Mooi hè! Gemaakt door vijf jongedames van de Ichtusvereniging Eén van hen gaf er een uitleg bij! Ze hadden het kunstwerk opgebouwd uit allemaal vierkantjes om twee redenen. De eerste reden is dat je dan niet gelijk ziet wat het is. Dan kijk je er iets langer naar. Dan sta je langer stil bij wat Kerst eigenlijk is.
Nou, ik moet zeggen dat ik erg lang gekeken heb naar het grijze geval rechts in de hoek. Uiteindelijk hou ik het maar op dat het een grijsbonte koe is.
Als je goed kijkt, zie je dat er toch rondjes zijn gebruikt en wel bij het kindje Jezus. Dat is ook gelijk de tweede reden om vierkantjes te gebruiken. Rond beeldt dan perfect uit en vierkant niet. Jezus is perfect! Jezus heeft geen begin en geen einde. Wij zijn vierkant met soms scherpe kantjes. Jezus kwam naar de aarde om ons te verlossen van ons vierkant-zijn en om ons steeds ronder te maken.

Wie meent dat de aarde rond is, zit er vierkant naast. Dat is al niet meer zo sinds de mens voor de zonde koos. En mocht je nog denken dat het in de kerk nog wel meevalt, dan verwijs ik u naar het nieuws van deze maand over de Roomse kerk waar – nu de beerput eenmaal opengetrokken is – veel meer vuiligheid zit dan gedacht werd.
En als je dan protestants bent en denkt 'bij ons geen centje pijn,' herinner ik u aan het nieuws van vorige maand over een kerk in Zeewolde waar centen wel degelijk pijn deden. Misschien nog wel meer op het emotionele als op het financiële vlak. En zo kan ik wel doorgaan. We leven in een zondige wereld bevolkt door zondige mensen.
En ach, eigenlijk kunnen we allemaal wel bij onszelf blijven. Mochten we nog in de ronde spiegel van 'het zal allemaal nog wel meevallen,' kijken dan zien we, als we een eerlijke blik werpen, onszelf toch vierkant weerspiegelt.

En toch.....
Aan het einde van een jaar waarin er weer van alles gebeurde wat ons verdrietig maakte – of boos, of ongerust, of welke emotie zonde en de gevolgen ervan maar bij ons oproept – als het jaar bijna afgelopen is vieren we weer Kerst. Alsof God aan het einde van elk jaar er nog maar weer eens de nadruk op wil leggen dat er een uitweg is. God, Die ons zo liefhad dat hij zijn eigen Zoon naar de aarde stuurde. Jezus, gekomen om ons te verlossen zodat wij steeds meer op Hem gaan lijken. Zodat de zonde toch niet het laatste woord heeft in ons leven.

Een wonder dat bijna niet te vatten is. Afgelopen zaterdag waren we voor het derde achtereenvolgende jaar in Bodegraven bij de Volkskerstzang. Sommige tradities maak je zelf en dit wordt er denk ik één van. Maar – voor ik helemaal afdwaal en lyrisch wordt over het optreden van het koor – wat ik eigenlijk met u wil delen is dat twee solisten een lied zongen van Gerald Troost met daarin de zin: 'Als ik het begrijpen wil, vallen mijn gedachten even stil, het verandert mij, de wereld voelt opeens niet meer zo kil.'

De boodschap van Kerst verandert ons. En dat geeft hoop en moed om straks het nieuwe jaar weer in te gaan. Proberen er weer het beste van te maken. Ondanks al ons vierkant-zijn.
En het wordt nog mooier omdat we weten dat Jezus zal terugkomen naar deze aarde om alles wat nu nog niet volmaakt is helemaal perfect te maken. Dan wordt al het vierkante rond en zullen we voorgoed verlost zijn van al onze scherpe kantjes.

Ik wens u fijne en vooral 'ronde' Kerstdagen

dinsdag 13 december 2011

Tók tók tók


Marietje, de zwarte kip die niet mocht broeden van mijn schoonzoon*, loopt nu trots haar rondjes bij ons in de tuin. En ik heb haar niet eens gekip-napt, ik heb haar eerlijk gekregen. Samen met nog twee andere kippen die ik Kaatje en Muis heb genoemd. Kaatje is bruin, Muis is grijs.
De kippen waren er al eerder dan het hok. Dat kwam omdat Kaatje gepest werd door de andere kippen. Dan denk je dat dat alleen een mensenkwaal is, maar nee, kippen kunnen er ook wat van. De natuur is hard, een zieke kip krijgt gewoon geen toegang meer tot eten en drinken. 'Breng haar maar bij mij,' riep ik alweer veel te snel. Want waar moest dat beest dan in? Het hok was nog in aanbouw. Mijn man gooide al zijn gaven in de strijd om er een paleisje van te maken. Maar daar kon Kaatje niet op wachten. Ze werd alsmaar magerder en moest acuut worden gered. Mijn schoonzoon had nog wel een konijnenhokje. Met nadruk op hokje! Want toen vonden mijn dochter en schoonzoon één kip weer zielig en kwamen ze met drie kippen aan. Maar omdat ik Marietje herkende vond ik alles best! 'Stop ze maar in mijn kas,' zei ik. En daar hebben ze gezeten tot het hok klaar was.

Toen het kippenpaleis helemaal af was, moesten de tokkies nog overgebracht worden naar hun nieuwe onderkomen. Ik zou vangen, mijn man zou deurtjes opendoen. Tenminste, dat was het plan. Zie je me achter de kippen aanrennen? Veren vlogen door de lucht, kippen kakelden, ik gilde. Toen ging mijn mobieltje. Ik kon het nummer niet zo snel thuisbrengen dus nieuwsgierig pakte ik op. Het bleek de buurman te zijn die graag een liturgie getypt wilde hebben. 'Tiny, waar zit je toch, wat doe je?' vroeg hij. 'Ik zit in mijn kas en vang kippen,' antwoordde ik. De buurman bulderde van het lachen. 'Kom morgenvroeg maar, dan is de liturgie klaar en leg ik alles uit,' zei ik en dat leek de buurman ook wel een beter plan.
Mijn man kwam ondertussen op het idee om een doek over de kip te gooien en ze dan op te pakken. Dat lukte en uiteindelijk was de verhuizing een feit.
Nu geniet ik van het heerlijke getok van de kipjes. Als ik ooit ga mediteren wordt tók tók tók mijn mantra. Vooral de langgerekte ó brengt me in vervoering.

Nu vraagt u zich misschien af hoe ik zo opeens op mediteren kom. Dat komt door het boek 'Eten, Bidden, Beminnen' van Elisabeth Gilbert. Ik heb dat boek voor mijn verjaardag gekregen en heb de eerste twee delen al uit.
'Eten' speelt zich af in Italië en tijdens het lezen kreeg ik steeds vreselijk veel zin in pizza. Naar Napels gaan om daar de allerlekkerste pizza van de wereld te eten staat inmiddels bijgetekend op mijn lijstje van dingen die ik altijd nog eens wil doen.
Voor 'Bidden' gaat de hoofdrolspeelster naar India. Op zoek naar God, die ze vooral in zichzelf probeert te vinden door middel van bidden en mediteren. 'Bidden is praten met God, mediteren is luisteren naar God,' zo wordt er gezegd.
Mijn gedegen gereformeerde achtergrond maakt hier al een kanttekening. Het is er bij mij ingestampt dat er twee manieren zijn om God te leren kennen. Door de Bijbel en in Zijn schepping. Nu moet mij van het hart dat ik het tweede middel zwaar ondergewaardeerd vind in christelijk Nederland. Veel kerken worstelen met de tweede dienst op zondag. Er lijkt steeds minder animo voor en er wordt druk naar nieuwe vormen gezocht om het toch weer aantrekkelijk te maken. Mijn voorstel is om in kleine groepjes de natuur in te trekken en van elkaar te leren hoe mooi en goed alles is gemaakt en hoe machtig onze Schepper is.

Terug naar het boek. Het is de moeite van het lezen waard. Er staan veel mooie zinnen in over God. Mediteren lijkt ook zo gek nog niet. Niet aldoor maar met je verlanglijstje naar God gaan maar gewoon eens luisteren wat God van jou verlangt. Of zoals Josh Groban het zingt:

When I am down and, oh my soul, so weary;
When troubles come and my heart burdened be;
Then, I am still and wait here in the silence,
Until you come and sit awhile with me.


Als ik het uitprobeer en na het bidden gewoon eens een poos stil probeer te zijn, val ik in slaap. Ik denk dat mediteren niet een vorm is die bij mij past. Ik ben meer iemand die al stofzuigende nadenkt over de preek van de zondag ervoor of over iets anders wat is blijven hangen.

Wat ik in het boek ook jammer vind, is dat Jezus helemaal niet wordt genoemd. Het lijkt erop dat je door mediteren je eigen verlossing kunt bewerken. En dan schiet mij weer een verhaal te binnen dat ik ooit hoorde: Een man zat in een diepe put waar hij zelf niet uit kon komen. Mohamed kwam langs en zei: 'als Allah het wil, kom je uit de put,' en hij liep door. Boeddha kwam langs en zei: 'als je maar ver genoeg boven jezelf uitstijgt, kom je uit de put,' en ook hij liep door. Jezus kwam, liep niet door maar daalde af, de put in, tilde de man uit de put en bevrijdde hem.
Als ik in mezelf op zoek moet naar God om zodoende mezelf te verlossen, vind ik de duivel die mij herinnert aan mijn zonden. 'Visje' de christelijke variant van 'Loesje' schreef eens: 'Als de duivel aan je deur klopt, laat Jezus dan opendoen.' Als je God zoekt, kan dat nooit zonder Jezus. Ook dát is me met de paplepel ingegoten.

Ondertussen denkt u misschien dat ik kakel als een kip zonder kop. Of dat ik overal een graantje van probeer mee te pikken. Maar zolang ik nog niet de kip met de gouden eieren slacht, hoeft u zich geen zorgen te maken. Als het weer het toelaat zal ik op mijn bankje bij de kipjes gaan zitten en, met hun getok als rustgevende mantra op de achtergrond, mijn lievelingsvers uit de Bijbel in praktijk proberen te brengen: 'Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen, van Hem blijf ik alles verwachten.'


* (zie Beestenboel mei 2011)

donderdag 8 december 2011

Advent

Het winkelend publiek maakt de straten onveilig.
Sinterklaas is weer weg, nu is de kerstman heilig.

Ergens jingelt alweer een bel:
'Kerst komt eraan, hoor je het wel?
Ben je de kaarten niet vergeten?
Weet je al wat je wilt eten?'

De boom moet gekocht,
cadeaus uitgezocht.
De allernieuwste rage
ligt in de etalage
naast kerststallen uitgestald!

Wie heeft dit feest verknald?

Kerst is verworden tot feest van commercie,
waar ik door de bomen het Kind niet meer zie!

Jezus kwam voor óns als kindje op aarde!
Alleen dát geeft het Kerstfeest echte waarde!

vrijdag 25 november 2011

Lieveheersbeestje


En dan is het allemaal al weer achter de rug en ben ik vijftig jaar. Natuurlijk ontkwam ik niet aan een Sara, aan spandoeken met belachelijke teksten en aan hilarische cadeaus. Het hoort er schijnbaar allemaal bij. Ondanks mijn goede voornemen om alles rustig te ondergaan, schoot ik op de dag zelf toch weer in de stress toen ik bedacht wat er allemaal nog moest gebeuren voordat de eerste gasten kwamen. Mijn dochter, die het zag gebeuren, besloot dat het tijd was voor een anti-stressdansje. Dus dansten we op een liedje uit de film 'Happy feet' als pinguïns door de keuken. Mijn dochter bedacht dat zij nog jong genoeg en ik weer oud genoeg was om ons niets aan te trekken van het feit dat voorbijgangers ons zouden kunnen zien huppen door het keukenraam.
Ik heb echt genoten van alle lieve, gekke, ontroerende en hilarische momenten de hele dag door. Eigenlijk begon het al de avond ervoor toen iemand mij oliebollen bracht omdat het mijn oudejaarsavond was.

Maar aan alles komt ook weer een eind en de dag erop laten mijn man en ik de lucht uit Sara. Als ze weer slap op de grond ligt, zie ik allemaal lieveheersbeestjes op haar kop. Ik schud ze eraf de tuin in. Ze kunnen me mooi helpen met mijn biologische groente. Ik denk opeens weer aan een ander lieveheersbeestje en een preek die met elkaar wedijverden om mijn aandacht:

Omdat we op bezoek wilden bij mijn ouders besloten we naar hun kerk te gaan. Er werd een kindje gedoopt en de preek sloot er bij aan. Ik werd afgeleid door een lieveheersbeestje dat op de rugleuning van de stoel vóór mij rondjes liep. 'Als ik hem nu in de gaten hou, kan ik hem straks meenemen naar buiten,' dacht ik. Een hele poos liep hij hetzelfde rondje. Naar beneden, rondje stoelpoot en dan weer naar boven de leuning op. Dat verveelt zo'n beest natuurlijk ook een keer dus kroop hij helemaal naar boven. Op de stoel zat een meisje met lang haar. Het lieveheersbeestje besloot nog verder naar boven te kruipen en kwam in het haar terecht. Het meisje voelde gekriebel en sloeg met haar hand richting beest. Hij bleef versuft liggen op haar schouder.

Ik werd afgeleid door de dominee, die nog steeds preekte. Ik hoorde hem zeggen dat de doop geen 'ticket to Heaven' is. Ik dacht erover na en natuurlijk begreep ik wel wat hij bedoelde maar in mijn eigenwijsheid besloot ik dat je het ook anders kon zien. Ik stelde me de 'ticket' voor als een kaartje om te reizen. Het leven is immers een reis die je af moet leggen. God geeft je bij de doop een kaartje om die reis met Hem te maken.
Niet al mijn kinderen gaan de reis zoals ik dat het liefst zou willen. Het lijkt er op dat ze vaak te druk bezig zijn met zichzelf in plaats van te zoeken naar wat het plan van God is voor hun leven. Maar mijn man en ik hebben wel met hen bij het doopvont gestaan. Toen heeft de Here beloofd dat ze bij Hem horen. En Zijn belofte blijft! Elke doopdienst is voor mij een herinnering aan Zijn belofte. De doop is een 'ticket to Heaven.' Het kaartje hebben ze gekregen. Ze moeten alleen niet vergeten om in te stappen.

Ondertussen was ik het lieveheersbeestje kwijt. Spoorloos, nergens meer te vinden. Maar toen de dienst afgelopen was en ik de kerk uitliep, zag ik dat het meisje hem meenam naar buiten en hem de vrijheid gaf.

Nu ben ik vijftig en heb zogezegd Sara gezien. Maar de les van Sara had ik mij al lang eigen gemaakt. Sara was oud toen God tegen haar zei dat ze nog een kind zou krijgen. En Sara lachte. Maar de Here zei tegen haar dat niets te wonderlijk is voor Hem. En dat geloof ik ook want ik heb een machtige God waar ik ook voor mijn kinderen wonderen van verwacht.

Ik glimlach als ik Sara verder opvouw, dankbaar voor de herinnering aan het lieveheersbeestje.

woensdag 16 november 2011

Blind


Volgende week hoop ik te verjaren. Verjaardag vieren is echter niet mijn ding.
Natuurlijk ben ik dankbaar en blij dat ik in goede gezondheid weer een jaartje ouder mocht worden, maar daar houdt het dan wat mij betreft ook wel op. Ik word niet blij van de voorbereidingen voor het feest, ook niet van het verplichte sociale gebeuren op de dag zelf. Een dagje tuin kan me meer bekoren.

Maar meestal pas ik me netjes aan, helemaal asociaal ben ik nou ook nog weer niet.
Vorige week nodigde ik iemand uit voor mijn verjaardag. 'Ik hoop dit jaar óók nog vijftig te worden,' verzuchte ik. Ze weet wel dat het voor mij allemaal niet hoeft en schoot in de lach. 'Ik laat het wel allemaal over me heen komen,' zei ik. 'Moet je niet doen,' zei ze, 'je moet van elke minuut genieten.'

Genieten dus! Maar ik ken mezelf en weet dat de stress van de voorbereiding en alles wat er bij zo'n dag komt kijken weer toe zal slaan. Alhoewel.... Ik geloof dat het wel minder wordt met de jaren. Mijn gedachten gaan terug naar een andere verjaardag. Ik heb het indertijd opgeschreven en het zoek het op om nog eens te lezen:

20 november 1997:
Een dag voor mijn verjaardag liep ik gestrest te mopperen op mijn dochter van tien. 'Wat hebt u toch?' vroeg ze verbaasd. Ik snapte dat ze het niet begreep. Ik had het vroeger ook nooit kunnen begrijpen van mijn moeder. Dus ik zei haar dat het aan de verjaardag lag. Blijkbaar had ze net het verhaal gehoord over de koning die een feest gaf (Mattheüs 22: 1-14) want ze antwoordde: 'Bent u dan bang dat de gasten zeggen: Ik heb een huis gekocht en kan niet komen of ik moet naar een bruiloft, dus ik kom niet?' 'Nee,' zei ik, 'want dan haal ik de blinden en de kreupelen wel op, maar het is de troep die jullie alweer gemaakt hebben!' 'Dat zien de blinden toch niet,' zei mijn dochter. 'Nee, maar de kreupelen struikelen erover,' antwoordde ik. Maar mijn dochter was niet voor één gat te vangen en zei: 'Dan nodigen we die toch niet uit!'

Ik schiet weer in de lach als ik het lees en bedenk dat ik dus eigenlijk best wel iets geleerd heb in de loop der jaren. Er is nog hoop. Mijn huis schoonmaken vóór een verjaardag doe ik al lang niet meer. Dus ook dit jaar hoop ik weer dat mijn gasten blind zijn. Blind voor de spinnenwebben aan de zolder. Blind voor het hondenhaar op de vloer. Blind voor alles wat er fout gaat op het gebied van de catering. Blind voor mijn fouten.

Het zal wel weer loslopen. Ik ga gewoon genieten. Ik weet het zeker, denk ik......

zaterdag 5 november 2011

Welkom


Iemand vroeg mij wanneer ik weer eens een verhaal op mijn blog ging zetten. Het is inderdaad al even geleden sinds mijn laatste verhaal. Ik zal zo uitleggen hoe dat komt. Eerst moet me even wat van het hart! Maar om het wat ingewikkelder te maken zal ik met iets anders beginnen. Dan kom ik vanzelf op het punt waar het om gaat.

Al vijf jaar verzorgen mijn man en ik met veel plezier de uitzending van de kerken voor de locale omroep van Oldebroek, de Loco genaamd. Vijf à zes keer per jaar wordt onze kerkdienst rechtstreeks uitgezonden en ervoor en daar omheen mogen wij het programma invullen. Op dankdag waren wij weer aan de beurt. We nemen meestal het thema van de preek als uitgangspunt voor de uitzending om zodoende een mooi geheel te krijgen.

Nu kregen we in het verleden nog wel eens het idee dat het prima was dat er mensen van buiten onze kerk meeluisterden, maar dat er verder weinig rekening mee gehouden werd. Thema's als 'hoe gaan we met elkaar om als gemeente' en 'het lied uit Sion dat alleen de vrijgekochten kunnen begrijpen' hebben we, serieus waar, langs horen komen. En dat terwijl de uitzending onderdeel is van de evangelisatiecommissie. We maakten de thema's dan zelf maar wat luistervriendelijk en waren dan al blij dat er niet vergeten werd om deze luisteraars welkom te heten. Tegenwoordig gaat het beter.

Nu las ik donderdag een column van Adrian Verbree over het welkom dat dominee's aan het begin van de dienst uitspreken. Meestal is de column in de Visie op donderdag mijn welkome afleiding van een dagje poetsen. Dit keer las ik het met stijgende verbazing en vroeg mij af waar Adrian last van had! Met fraaie benamingen als 'tenenkrommend, dwangbuis van het formalisme en bezoeking voor het gezond verstand,' kraakt hij het welkom van menig dominee af.
Ook onze dominee heet iedereen altijd netjes welkom. Broeders, zusters, jongelui, gasten, gasten uit het buitenland worden zelfs met naam en land van herkomst genoemd, luisteraars via internet en gelukkig ook de luisteraars via de Loco. Nu kan onze dominee snel praten, dus ik heb het nooit als vervelend ervaren.

Zou Adrian misschien van hetzelfde last hebben als ik? Ik weet soms gewoon niet meer waar ik over moet schrijven. Geen enkel onderwerp lijkt dan de moeite waard. Er zit genoeg in mijn hoofd maar het komt er niet uit. Een writersblock noemen ze dat, geloof ik. Nu vind ik dat een te groot woord voor een amateur die af en toe, voor de lol, wat op haar blog schrijft. Adrian moet natuurlijk om de veertien dagen wat ophoesten. Ik moet niks, ik mag! Als ik daar zin in heb.

De column van Adrian gaf weer stof tot schrijven. Hartelijk dank daarvoor. En voor het 'welkomprobleem' heb ik een hele goeie oplossing. Op de volgende synode gewoon even een regeltje voor maken. Ik weet niet of ik als vrouw een voorstel mag doen, maar als dat mag dan zou ik het volgende voorstellen: 'Een hartelijk welkom voor een ieder die dit hoort.'
Maar mocht het ooit eens zo uitkomen dat je in Wezep komt preken als wij net een uitzending verzorgen, verwacht ik, in ieder geval voor de Loco-luisteraars, een fatsoenlijk welkom!

woensdag 2 november 2011

Dankdag

De aarde heeft haar oogst gegeven,
alle vruchten van haar schoot,
ruim genoeg voor 't daag'lijks brood.
Wij mochten eten en wij leven.

Dank God voor alles, al is het klein.
Kijk naar gewone dingen,
tel ze als zegeningen.
Laat elke dag een dankdag zijn.