vrijdag 25 november 2011

Lieveheersbeestje


En dan is het allemaal al weer achter de rug en ben ik vijftig jaar. Natuurlijk ontkwam ik niet aan een Sara, aan spandoeken met belachelijke teksten en aan hilarische cadeaus. Het hoort er schijnbaar allemaal bij. Ondanks mijn goede voornemen om alles rustig te ondergaan, schoot ik op de dag zelf toch weer in de stress toen ik bedacht wat er allemaal nog moest gebeuren voordat de eerste gasten kwamen. Mijn dochter, die het zag gebeuren, besloot dat het tijd was voor een anti-stressdansje. Dus dansten we op een liedje uit de film 'Happy feet' als pinguïns door de keuken. Mijn dochter bedacht dat zij nog jong genoeg en ik weer oud genoeg was om ons niets aan te trekken van het feit dat voorbijgangers ons zouden kunnen zien huppen door het keukenraam.
Ik heb echt genoten van alle lieve, gekke, ontroerende en hilarische momenten de hele dag door. Eigenlijk begon het al de avond ervoor toen iemand mij oliebollen bracht omdat het mijn oudejaarsavond was.

Maar aan alles komt ook weer een eind en de dag erop laten mijn man en ik de lucht uit Sara. Als ze weer slap op de grond ligt, zie ik allemaal lieveheersbeestjes op haar kop. Ik schud ze eraf de tuin in. Ze kunnen me mooi helpen met mijn biologische groente. Ik denk opeens weer aan een ander lieveheersbeestje en een preek die met elkaar wedijverden om mijn aandacht:

Omdat we op bezoek wilden bij mijn ouders besloten we naar hun kerk te gaan. Er werd een kindje gedoopt en de preek sloot er bij aan. Ik werd afgeleid door een lieveheersbeestje dat op de rugleuning van de stoel vóór mij rondjes liep. 'Als ik hem nu in de gaten hou, kan ik hem straks meenemen naar buiten,' dacht ik. Een hele poos liep hij hetzelfde rondje. Naar beneden, rondje stoelpoot en dan weer naar boven de leuning op. Dat verveelt zo'n beest natuurlijk ook een keer dus kroop hij helemaal naar boven. Op de stoel zat een meisje met lang haar. Het lieveheersbeestje besloot nog verder naar boven te kruipen en kwam in het haar terecht. Het meisje voelde gekriebel en sloeg met haar hand richting beest. Hij bleef versuft liggen op haar schouder.

Ik werd afgeleid door de dominee, die nog steeds preekte. Ik hoorde hem zeggen dat de doop geen 'ticket to Heaven' is. Ik dacht erover na en natuurlijk begreep ik wel wat hij bedoelde maar in mijn eigenwijsheid besloot ik dat je het ook anders kon zien. Ik stelde me de 'ticket' voor als een kaartje om te reizen. Het leven is immers een reis die je af moet leggen. God geeft je bij de doop een kaartje om die reis met Hem te maken.
Niet al mijn kinderen gaan de reis zoals ik dat het liefst zou willen. Het lijkt er op dat ze vaak te druk bezig zijn met zichzelf in plaats van te zoeken naar wat het plan van God is voor hun leven. Maar mijn man en ik hebben wel met hen bij het doopvont gestaan. Toen heeft de Here beloofd dat ze bij Hem horen. En Zijn belofte blijft! Elke doopdienst is voor mij een herinnering aan Zijn belofte. De doop is een 'ticket to Heaven.' Het kaartje hebben ze gekregen. Ze moeten alleen niet vergeten om in te stappen.

Ondertussen was ik het lieveheersbeestje kwijt. Spoorloos, nergens meer te vinden. Maar toen de dienst afgelopen was en ik de kerk uitliep, zag ik dat het meisje hem meenam naar buiten en hem de vrijheid gaf.

Nu ben ik vijftig en heb zogezegd Sara gezien. Maar de les van Sara had ik mij al lang eigen gemaakt. Sara was oud toen God tegen haar zei dat ze nog een kind zou krijgen. En Sara lachte. Maar de Here zei tegen haar dat niets te wonderlijk is voor Hem. En dat geloof ik ook want ik heb een machtige God waar ik ook voor mijn kinderen wonderen van verwacht.

Ik glimlach als ik Sara verder opvouw, dankbaar voor de herinnering aan het lieveheersbeestje.

woensdag 16 november 2011

Blind


Volgende week hoop ik te verjaren. Verjaardag vieren is echter niet mijn ding.
Natuurlijk ben ik dankbaar en blij dat ik in goede gezondheid weer een jaartje ouder mocht worden, maar daar houdt het dan wat mij betreft ook wel op. Ik word niet blij van de voorbereidingen voor het feest, ook niet van het verplichte sociale gebeuren op de dag zelf. Een dagje tuin kan me meer bekoren.

Maar meestal pas ik me netjes aan, helemaal asociaal ben ik nou ook nog weer niet.
Vorige week nodigde ik iemand uit voor mijn verjaardag. 'Ik hoop dit jaar óók nog vijftig te worden,' verzuchte ik. Ze weet wel dat het voor mij allemaal niet hoeft en schoot in de lach. 'Ik laat het wel allemaal over me heen komen,' zei ik. 'Moet je niet doen,' zei ze, 'je moet van elke minuut genieten.'

Genieten dus! Maar ik ken mezelf en weet dat de stress van de voorbereiding en alles wat er bij zo'n dag komt kijken weer toe zal slaan. Alhoewel.... Ik geloof dat het wel minder wordt met de jaren. Mijn gedachten gaan terug naar een andere verjaardag. Ik heb het indertijd opgeschreven en het zoek het op om nog eens te lezen:

20 november 1997:
Een dag voor mijn verjaardag liep ik gestrest te mopperen op mijn dochter van tien. 'Wat hebt u toch?' vroeg ze verbaasd. Ik snapte dat ze het niet begreep. Ik had het vroeger ook nooit kunnen begrijpen van mijn moeder. Dus ik zei haar dat het aan de verjaardag lag. Blijkbaar had ze net het verhaal gehoord over de koning die een feest gaf (Mattheüs 22: 1-14) want ze antwoordde: 'Bent u dan bang dat de gasten zeggen: Ik heb een huis gekocht en kan niet komen of ik moet naar een bruiloft, dus ik kom niet?' 'Nee,' zei ik, 'want dan haal ik de blinden en de kreupelen wel op, maar het is de troep die jullie alweer gemaakt hebben!' 'Dat zien de blinden toch niet,' zei mijn dochter. 'Nee, maar de kreupelen struikelen erover,' antwoordde ik. Maar mijn dochter was niet voor één gat te vangen en zei: 'Dan nodigen we die toch niet uit!'

Ik schiet weer in de lach als ik het lees en bedenk dat ik dus eigenlijk best wel iets geleerd heb in de loop der jaren. Er is nog hoop. Mijn huis schoonmaken vóór een verjaardag doe ik al lang niet meer. Dus ook dit jaar hoop ik weer dat mijn gasten blind zijn. Blind voor de spinnenwebben aan de zolder. Blind voor het hondenhaar op de vloer. Blind voor alles wat er fout gaat op het gebied van de catering. Blind voor mijn fouten.

Het zal wel weer loslopen. Ik ga gewoon genieten. Ik weet het zeker, denk ik......

zaterdag 5 november 2011

Welkom


Iemand vroeg mij wanneer ik weer eens een verhaal op mijn blog ging zetten. Het is inderdaad al even geleden sinds mijn laatste verhaal. Ik zal zo uitleggen hoe dat komt. Eerst moet me even wat van het hart! Maar om het wat ingewikkelder te maken zal ik met iets anders beginnen. Dan kom ik vanzelf op het punt waar het om gaat.

Al vijf jaar verzorgen mijn man en ik met veel plezier de uitzending van de kerken voor de locale omroep van Oldebroek, de Loco genaamd. Vijf à zes keer per jaar wordt onze kerkdienst rechtstreeks uitgezonden en ervoor en daar omheen mogen wij het programma invullen. Op dankdag waren wij weer aan de beurt. We nemen meestal het thema van de preek als uitgangspunt voor de uitzending om zodoende een mooi geheel te krijgen.

Nu kregen we in het verleden nog wel eens het idee dat het prima was dat er mensen van buiten onze kerk meeluisterden, maar dat er verder weinig rekening mee gehouden werd. Thema's als 'hoe gaan we met elkaar om als gemeente' en 'het lied uit Sion dat alleen de vrijgekochten kunnen begrijpen' hebben we, serieus waar, langs horen komen. En dat terwijl de uitzending onderdeel is van de evangelisatiecommissie. We maakten de thema's dan zelf maar wat luistervriendelijk en waren dan al blij dat er niet vergeten werd om deze luisteraars welkom te heten. Tegenwoordig gaat het beter.

Nu las ik donderdag een column van Adrian Verbree over het welkom dat dominee's aan het begin van de dienst uitspreken. Meestal is de column in de Visie op donderdag mijn welkome afleiding van een dagje poetsen. Dit keer las ik het met stijgende verbazing en vroeg mij af waar Adrian last van had! Met fraaie benamingen als 'tenenkrommend, dwangbuis van het formalisme en bezoeking voor het gezond verstand,' kraakt hij het welkom van menig dominee af.
Ook onze dominee heet iedereen altijd netjes welkom. Broeders, zusters, jongelui, gasten, gasten uit het buitenland worden zelfs met naam en land van herkomst genoemd, luisteraars via internet en gelukkig ook de luisteraars via de Loco. Nu kan onze dominee snel praten, dus ik heb het nooit als vervelend ervaren.

Zou Adrian misschien van hetzelfde last hebben als ik? Ik weet soms gewoon niet meer waar ik over moet schrijven. Geen enkel onderwerp lijkt dan de moeite waard. Er zit genoeg in mijn hoofd maar het komt er niet uit. Een writersblock noemen ze dat, geloof ik. Nu vind ik dat een te groot woord voor een amateur die af en toe, voor de lol, wat op haar blog schrijft. Adrian moet natuurlijk om de veertien dagen wat ophoesten. Ik moet niks, ik mag! Als ik daar zin in heb.

De column van Adrian gaf weer stof tot schrijven. Hartelijk dank daarvoor. En voor het 'welkomprobleem' heb ik een hele goeie oplossing. Op de volgende synode gewoon even een regeltje voor maken. Ik weet niet of ik als vrouw een voorstel mag doen, maar als dat mag dan zou ik het volgende voorstellen: 'Een hartelijk welkom voor een ieder die dit hoort.'
Maar mocht het ooit eens zo uitkomen dat je in Wezep komt preken als wij net een uitzending verzorgen, verwacht ik, in ieder geval voor de Loco-luisteraars, een fatsoenlijk welkom!

woensdag 2 november 2011

Dankdag

De aarde heeft haar oogst gegeven,
alle vruchten van haar schoot,
ruim genoeg voor 't daag'lijks brood.
Wij mochten eten en wij leven.

Dank God voor alles, al is het klein.
Kijk naar gewone dingen,
tel ze als zegeningen.
Laat elke dag een dankdag zijn.

vrijdag 7 oktober 2011

Spraakverwarring


Waarom moesten ze indertijd in Babel zo nodig een toren bouwen? Het was de bedoeling dat die toren tot in de hemel zou reiken. Het liep anders. God vond zo'n vertoon van macht niet nodig. Hij verwarde de spraak van de torenbouwers en zonder de nodige communicatie werd de toren nooit afgebouwd. En van die spraakverwarring heb ik vandaag nog steeds last.

Ik ben drietalig opgevoed. Nederlands, Hattems en Wezeps. En nu denk u misschien dat Hattems en Wezeps hetzelfde dialect is. Toch zijn er nogal wat verschillen. In Hattem zit 'de moes op 't grös'. Maar steek hij de gemeentegrens over naar Wezep dan zit 'de muus op 't gres'. Het blijft dezelfde muis, hij zit alleen op ander gras.

Op de basisschool werd mijn Nederlands verder ontwikkeld. Dat was nog wel te doen. Maar toen kwam ik op het voortgezet onderwijs. Wat een ellende. Men vond het nodig dat ik ook Engels, Duits en Frans leerde. Het schrijven ging nog wel, maar zo gauw ik een mondelinge beurt kreeg, had je de poppen aan het dansen. 'Your pronunciation is very bad,' zei mijn leraar Engels altijd. Tja, ik weet zelf ook wel dat mijn uitspraak erg slecht is. De woorden vormen zich netjes in mijn hoofd, maar als ik ze wil uitspreken lijkt het wel of mijn tong gedraaid in mijn mond zit. En daar komt nog bij dat ik alle talen door elkaar haal. Maar daarin ben ik niet de enige.

Een neef van mijn moeder had vroeger samen met zijn vrouw een bed and breakfast in Noordwijk. Natuurlijk waren er regelmatig Duitsers te gast. De vrouw, op wie meestal het verwelkomen van de gasten neerkwam, wist zich altijd wel verstaanbaar te maken, al was het soms met handen en voeten. Op een gegeven moment kwamen er echter Engelsen logeren. 'Do you speak English?' vroegen ze. 'Nein,' zei ze. 'Sprechen Sie Deuts?' was toen de vraag. 'A little bit,' antwoordde ze.
Kijk, dat zou mij ook zo kunnen overkomen. En samen met die uitspraak vormt het toch best wel een handicap als je op vakantie gaat.

Vorig jaar waren we in Duitsland. We hadden zin in koffie en ik lustte er ook wel wat bij. Ik gaf de bestelling op: Koffie met een appelkoek. Toen de serveerster weg was om het bestelde op te halen, zei mijn man: ' Je hebt zojuist een appelkeuken besteld.' We hebben er smakelijk om gelachen en er daarna smakelijk van gegeten.

Dit jaar gingen we weer naar Duitsland. De bestellingen liet ik inmiddels over aan mijn man. De laatste avond gingen we naar een wijnproeverij. We waren niet de enige. Er waren Amerikanen, die nauwelijks Duits konden; een Duitse vrouw, die geen Engels kon, maar wel een cursus Nederlands had gedaan; haar zoon, die een beetje Engels kon; nog twee Nederlanders die van alles ook een beetje konden; en wij. Het werd reuzegezellig. De communicatie verliep met horten en stoten in alle talen. En als we helemaal vastliepen trad mijn man op als tolk. Als die het ook niet meer wist hadden we onze handen en voeten nog.

Ik moest denken aan Pinksteren en werd doordrongen van het wonder van die dag. Eén man sprak van de grote liefde van God voor ons en alle mensen hoorden hem in hun eigen taal spreken.
Ooit zal het weer zo zijn. Als ik dan wat zeg in de taal die ik het liefst spreek – een combinatie van het Hattems en het Wezeps – dan begrijpt iedereen wat ik bedoel. Dan heeft niemand ondertiteling nodig. Totdat het zover is, zal ik appelkeukens blijven bestellen. Maar zolang ze dat nog netjes serveren op een schoteltje met een vorkje erbij hoor je mij niet klagen.

zaterdag 1 oktober 2011

In de war


Het weer is weer in de war! Dat kunnen we rustig stellen. Toen de lente begon, leek het wel herfst. Daarna kregen we een klein hittegolfje. Toen de zomer begon, leek het ook wel herfst. En dat bleef zo! De hele zomer lang. Nu is het herfst en het lijkt wel zomer! En wij hadden een weekje vakantie! Super toch!

Omdat het erop leek dat de temperatuur zou gaan stijgen, besloot ik voor de vakantie mijn benen te scheren. Maar toen ik een half been had gedaan, besloot de ladyshave dat ze vakantie nam. 'Dat heb ik weer,' dacht ik. Mijn ladyshave was natuurlijk ook in de war, die dacht dat ze kon beginnen aan de winterslaap. Mooi niet! Ik haalde het ding los, blies er eens in en deed het weer aan. Eventjes deed het dienst, toen was het weer gebeurd. Nog een keer loshalen en nog beter blazen en daarna de startknop vasthouden, had als gevolg dat ik de grootste bebossing van mijn benen kon halen. Grofgeschoren kon ik op vakantie.

Ik was ook in de war! Voordat ik wegging had ik tegen diverse mensen gezegd dat ik de dag na onze vakantie de 'kerstboom' op zou zetten. De meeste mensen verklaarden mij voor gek. Misschien hebben ze wel gelijk.
Jaren heb ik gezegd dat een kerstboom voor mij niet hoeft. Zeg nou zelf: 'Wat heeft een kerstboom nou met Kerst te maken?' Maar meestal haalde één van mijn dochters mij toch weer over om de boom wel op te tuigen. En dan vond ik het toch weer gezellig, zo'n lichtjesboom als de dagen almaar donkerder werden. Dus toen bedacht ik dat ik de boom dan ook wel in oktober al op kon zetten. Waarom niet?

Nou, omdat het wel zomer leek!! Ik was helemaal in de war gebracht door het mooie weer! Op de terugweg in de auto begon ik erover tegen mijn man: 'Toch wel een beetje raar hè, een kerstboom opzetten met deze temperatuur!' 'O ja, dat zou je morgen doen hè,' was het enige commentaar. Ik had nog een dag om erover na te denken.

Thuisgekomen bleek dat ik niet meer hoefde te denken. De boom stond al! Mijn dochter had ervoor gezorgd dat ik niet meer terug kon krabbelen. En mijn boom heeft zelfs een hele nieuwe look! Prachtig toch. Daar kan ik nu mooi lang van genieten. Misschien laat ik hem wel staan tot februari!

Mijn ladyshave doet het inmiddels weer gewoon. De werkweigering is over. Mijn lichtjesboom staat te schitteren in de kamer. Voorlopig overdag gewoon lekker gladgeschoren buiten genieten van de zon en 's avonds, als het donker wordt, genieten van de boom. En wat voor weer het ook nog wordt, ik laat me er niet meer door in de war brengen.

vrijdag 16 september 2011

Knuffeldokter


Niet alleen kinderen hebben knuffels. Elmo, de hond, heeft een Garfield-knuffel. Maar ik denk dat ze vond dat hij te dik was. Samen hebben we daar wat aan gedaan. Zij heeft hem een maagverkleining gegeven en ik heb hem weer dichtgenaaid. Teamwork!

Nu had ik al enige ervaring als knuffeldokter. Mijn carrière begon een aantal jaren geleden. Toen werd ik bij een hopeloos geval geroepen.

Op de school van mijn nichtje was het de gewoonte dat één knuffel elk weekend bij een ander kind ging logeren. U kunt wel nagaan dat, toen mijn nichtje aan de beurt was, er al heel wat DNA van diverse kinderen op te vinden was. Mijn schoonzusje kreeg er de kriebels van en besloot de knuffel te wassen. Dat heeft het arme beest niet overleefd. Het bestond alleen nog maar uit een velletje. De ingewanden lagen her en der door de wasmachine.

Mijn schoonzusje was ten einde raad. Ze heeft, zo goed en kwaad als het ging, alles bij elkaar geraapt en op de tafel uitgespreid. En toen kreeg ik een telefoontje. Kom over en help. Ik heb mijn dokterstas gepakt en ben direct in de auto gestapt.

Eenmaal bij haar aangekomen zag ik dat het een zeer ernstig geval was. Voor mijn lachspieren dan!
Het duurde een tijdje voor ik met vaste hand aan de operatie kon beginnen. Maar toen was ik er dan ook helemaal klaar voor. Dr. Bernhard zou trots op me zijn geweest. Alle ingewanden kregen weer een plaatsje. Of het allemaal op de goeie plek zat, is nooit duidelijk geworden, maar het beest heeft nadien nergens over geklaagd, dus het zal wel.
Daarna werd de wond vakkundig dichtgenaaid. De knuffel had de rest van het weekend nodig om bij te komen en was toen zover hersteld dat hij weer mee kon naar school.

Ik denk dat ik nu maar een praktijk ga beginnen. Als knuffeldokter. Dus hebt u uw knuffel een poot uitgedraaid of moet ik het een oor aannaaien, dan kunt u mij in de arm nemen. Ook als het beest het achter de ellebogen heeft, prik ik daar zo doorheen. Al uw hopeloze gevallen zijn bij mij in goede handen. Dankzij de knuffeldokter komt uw knuffel altijd weer op zijn pootjes terecht.