donderdag 7 juli 2011

Dwaas


Onze dominee heeft deze week, na zes jaar, afscheid genomen van onze gemeente om in Drachten zijn werkzaamheden voort te zetten.
Nu vind ik dat mensen zich in zo'n week altijd wat dwaas gedragen. Meestal worden dan diverse veren in niet nader te noemen plaats gestoken. Daar heb ik altijd een beetje moeite mee. Maar staat u me toe dat ik een keer meedoe met deze dwaasheid. Eén veertje maar.
Onze dominee heeft namelijk de gave dat hij verschrikkelijk boeiend kan preken. Ik was het niet altijd met hem eens en soms zat ik met kromgetrokken oren in de kerk, maar boeiend was het altijd wel.
Laatst vond ik een preekverslag uit 2008, verweven met wat eigen gedachten, terug op mijn computer. Die wil ik vandaag graag met jullie delen:

29-06-08 De Barmhartige Samaritaan.

Een man ging op weg van Jeruzalem naar Jericho. Stom natuurlijk dat hij alleen ging! De dwaas! Iedereen wist dat deze weg levensgevaarlijk was. Je zou kunnen zeggen dat er een negatief reisadvies voor was afgegeven. Niet echt slim dus om deze weg te nemen. Wat je kon verwachten, gebeurde dan ook: Hij werd overvallen door rovers en bleef halfdood liggen.
Een priester en een leviet die er langs kwamen, gingen aan de andere kant voorbij. Ze kenden namelijk de wet en die verbood hun iemand die dood was aan te raken en het zag er naar uit dat deze man al dood was.
Een Samaritaan die langs kwam stopte: Hij had een andere wet, die van de Liefde! Hij verzorgde de man, leverde hem af bij een herberg en vroeg de herbergier de verzorging over te nemen en was bereid te betalen, wat het ook kostte of nog ging kosten.

De grote vraag is: Wie ben jij in dit verhaal?

Jaren heb ik in preken gehoord dat we vooral niet de priester of de leviet moesten zijn, met hun eigen beeld van God en hun eigenwillige godsdienst. Mensen die denken dat, als ze zich maar aan de wet houden, ze dan hun eigen zaligheid wel kunnen verdienen.
En natuurlijk al helemaal niet de rovers! Nee, wij moesten er naar streven dat we barmhartige Samaritanen worden.

Vandaag hoorde ik dat ik 'de man op de grond' ben. Door eigen dwaasheid daar terecht gekomen! En dat Jezus de 'barmhartige Samaritaan' is. Hij is afgedaald om mij te redden, liet me niet liggen omdat het mijn eigen schuld was, maar heeft de schuld, en ook alle schuld die nog komt, voor mij betaald!

Wat Jezus nu graag wil is, dat ik word zoals Hij! Dat zegt Hij nadat Hij dit verhaal vertelt heeft (Lucas 10:25-37): Doet u dan voortaan net zo!
Niet om zodoende 'deel te krijgen aan het eeuwige leven,' want dat kan niemand verdienen. Dat hoeft ook niet want daarvoor kwam onze 'Barmhartige Samaritaan'. Nee, we moeten worden zoals Hij uit dankbaarheid! Als we zelf 'opgeraapt' zijn en ervaren hoe fijn dat is, dan kunnen we nooit meer de andere kant opkijken. Dan gaan we blij aan het werk in een wereld vol nood!


Ik wens de gemeente in Drachten veel luisterplezier. En maakt u zich geen zorgen om uw oren. Die trekken vanzelf wel weer recht!

donderdag 30 juni 2011

Ruben Samuël



Zie, een zoon!
Aanschouw het wonder!
Kijk, hoe bijzonder,
hoe ongewoon.

God heeft verhoord.
Hij heeft gegeven,
Hij spaarde leven.
Zijn zorg duurt voort!


Ruben is geboren op 24 juni 2011

maandag 20 juni 2011

Sporten!?


Het moet er nu toch echt van komen. Afvallen! Mijn net gekochte crosstrainer zegt het! Een onverbiddelijke 7 staat op het scherm. En 7 betekent 'too fat'. Ik moet minstens naar 6 wat 'stevig' betekent of nog beter naar 5: het ideale gezonde type. Mijn man en dochter waren getuige. En daar ben ik dan weer mooi klaar mee. Nu heb ik beloofd dat ik het vol zou houden.

Ik zal vertellen hoe ik ertoe kwam om een crosstrainer aan te schaffen. Het gaat nog steeds niet goed met mijn rug. Ik heb nu een andere therapeut. Die geeft manuele therapie. Ik noem hem 'de olifant' want als de beste man klaar is met kraken, lijkt het wel of er een olifant over me heen gelopen is. Niet echt prettig dus, maar al dat gekraak is nodig. Want mijn rug zit vast. En nu is het best dat hij vast zit aan mijn nek, schouders en benen, maar verder moet hij toch mooi losjes door mijn lichaam gaan. Dat doet hij niet. Nergens ook maar een klein beetje speling bij de wervels. En daar wordt nu dus iets aan gedaan.

Maar om te voorkomen dat het weer vast gaat zitten, moet er wat gebeuren. Ik moet gaan sporten. Ik zei nog dat ik tweeënhalf uur fietsen en wandelen twee keer in de week ook al een hele prestatie vond. Dat was hij wel met me eens, maar het was niet de goeie beweging voor mijn rug. Die moet draaien. Hij stelde eerst tennis of badminton voor, maar had al gauw in de gaten dat dat niets voor mij was. En toen kwam hij op de proppen met fysiosport.

De sportschool dus! 'Dan moet ik maar vragen of mijn man meegaat, dan heb ik tenminste een stok achter de deur,' dacht ik. Ik heb serieus onderzoek gedaan naar de sportscholen in de buurt. Toen ik bezig was op de computer kwam één van mijn dochters online. Ik vertelde waar ik mee bezig was. Ze moest vreselijk lachen dat ik dat samen met haar vader wilde gaan doen. Die zag ze nog niet in een sportschool. Een andere dochter kwam online. Haar reactie was heel anders. Zij ging er serieus op in en vond het wel een goed idee. Ik werd benieuwd naar de reactie van de andere twee dames. De ene lag ook in een deuk en de andere vroeg heel voorzichtig: 'Zou papa dat wel leuk vinden dan?'

Ondertussen schrok ik van de prijzen. Ik ging bij mezelf na of ik wel zoveel geld uit wilde geven om met een heleboel andere mensen in een naar zweet en deodorant ruikende ruimte te sporten. Ik werd er niet echt enthousiast van. Plan B begon te groeien in mijn hoofd.
Toen mijn man thuis kwam, vroeg ik of hij meeging naar de sportschool. Hij was niet eens negatief, hij wilde best met mij mee. Maar ik was alweer van gedachten veranderd en vertelde hem van plan B:
Zelf toestellen kopen, te beginnen met de crosstrainer – die is goed voor alle spiergroepen – en op de duur uitbreiden met in ieder geval een roeiapparaat. Mijn man vond plan B ook veel beter.

En dus gingen we op zoek op marktplaats en vonden een dumphal voor sporttoestellen. Uit de hele lijst toestellen zochten we de crosstrainer die binnen ons budget paste. Mijn man deed al het onderzoekswerk en toen we uiteindelijk gingen kijken wisten we al wat wij wilden.
Maar wat wij wilden, werd ons al gauw uit het hoofd gepraat. Een vriendelijke verkoper leidde ons vriendelijk naar een veel duurder toestel waar we géén spijt van zouden krijgen. Hij liet ons de toestellen proberen en we moesten hem natuurlijk gelijk geven. Het scherm gaf toen alleen nog maar aan hoe warm het was. Ik hoorde hem wel iets zeggen over 'bodyfat' maar ik dacht dat dat wel veilig onder een knopje zou zitten. En dat kon ik natuurlijk negeren. Dat zat het ook wel, alleen wist mijn dochter het knopje te vinden! Toen moest ik eraan geloven. Ik moest me eerst wegen. Dat had ik nog niet gedaan in deze eeuw. Maar ja, de crosstrainer wilde het weten, dus moest ik wel. Wat schetst mijn verbazing: ik woog een kilo minder dan de vorige keer dat ik me gewogen had. Vol moed ging ik toen op het scherm af. Mijn dochter had gewicht en lengte al ingevoerd, ik hoefde alleen maar te gaan staan en de handvatten vast te houden. Toen kwam het vernietigende oordeel: Vetpercentage en BMI te hoog. Too fat!

Het begin van onze eigen sportschool is er. Ik kan u helaas nog niet uitnodigen om samen met mij te komen sporten, of het moet zijn dat u uw eigen toestel meeneemt. Dan bent u van harte welkom. Ik ben nu serieus van plan om elke dag te trainen. De motivatie is er. Nu nog volhouden! Maar dat alleen al is een sport op zich!

zondag 12 juni 2011

Durf jij?

Durf jij met al je verstand
de touwtjes uit eigen hand
te geven aan de Geest?

Durf jij te lopen op water
zonder te denken aan later
of aan wat is geweest?

Durf jij net als het arendsjong
te zweven nadat je sprong
en dan je vleugels uit te slaan?

Durf jij de Geest te vertrouwen,
op het zekere weten te bouwen
dat Hij met je mee zal gaan?

Durf jij alles los te laten,
jouw stap te meten naar Zijn maten,
Hem te volgen op Zijn pad?

Durf jij dat?

maandag 6 juni 2011

Smoelenboek


Een groep mensen uit onze kerk heeft bedacht dat het tijd wordt voor een smoelenboek. De reden daarvoor is dat we dan beter met elkaar kunnen meeleven. Dat leek me een goed initiatief dus ik leverde netjes onze foto's in.
Daarna sprak ik iemand die het allemaal maar onzin vond. 'Als ze met mij mee willen leven dan komen ze maar aan mijn deur, dan zien ze gelijk mijn gezicht,' was haar commentaar. Tja, daar zit ook wat in natuurlijk. Nu zit ik persoonlijk niet te wachten op de hele gemeente op mijn stoep, maar iemand die ziek is heeft er natuurlijk ook niets aan dat ik zijn of haar gezicht bekijk in het boek. Als mijn nieuwsgierigheid bevredigd is, moet er daarna op zijn minst een kaartje gestuurd worden.

Afgelopen week ben ik ook weer met een ander smoelenboek begonnen. Facebook. Ooit had ik een account aan laten maken om foto's te kunnen bekijken van iemand die op reis ging. De foto's heb ik nooit gezien want die werden op Hyves gezet en ik werd ondertussen gek van Facebook.
Elke keer als er iets veranderde, kreeg ik daar weer een mailtje over. Nu vind ik mail best wel leuk, maar hier werd ik een beetje gestoord van. Toen ik ook een verzoek kreeg voor een mafiaspel en een berichtje dat me op een datingsite deed belanden, hield ik het op Facebook voor gezien.

Nu ben ik er toch weer mee begonnen. Eén van mijn dochters stuurde foto's via de mail en ik werd benieuwd naar de rest die ze op Facebook had gezet. Foto's kijken leek me wel een leuke bezigheid, één keer in de week, als de rest van de familie naar een criminele serie zit te kijken.
Het bleek dat mijn oude account nog bestond. Ik was vergeten dat je van elke wijziging een mailtje kreeg. Dus nadat mijn Facebook-account weer geactiveerd was, werd ik bedolven onder de mail. Drie dochters wilden vrienden met mij worden, één dochter liet een berichtje achter, twee dochters zetten iets op het prikbord, één dochter stelde twee nieuwe vrienden voor, die vervolgens een verzoek tot vriendschap plaatsten, één dochter gaf aan dat ik haar moeder was en of ik dat maar even wilde bevestigen en één dochter vond mijn activiteit leuk. En denk nu niet dat ik negen dochters heb! Dit was nog maar de oogst van drie dochters op één avond. De vierde – die het account voor mij geactiveerd had – was in geen velden of wegen te bekennen voor nadere uitleg. Mijn smoel stond op onweer. Gelukkig waren er twee dochters online en die hebben gefungeerd als helpdesk. En gelukkig kon je met een simpele klik ervoor zorgen dat je niet van alle wijzigingen op de hoogte wordt gesteld. Maar ik heb er 's nachts niet van geslapen. Misschien word ik toch te oud voor deze gekkigheid!

Het smoelenboek van onze gemeente is nog in de maak. Als het klaar is, zullen we zien of het werkt.
Facebook is weer geactiveerd. Het is nog afwachten of ik er weer op afknap of dat ik er dit keer misschien wel van ga genieten. Misschien krijg ik wel een heleboel 'vrienden'. Ik vind het nog een beetje vreemd om iemand die ik nauwelijks ken een vriend te noemen, vandaar de aanhalingstekens. Maar ja, Facebook is overgewaaid uit Engeland, daar hebben ze geen Toon Hermans die kan vertellen wat een echte vriend is.
Hoe dan ook, ik hoop uw 'face' te zien op mijn 'book' en verheug me erop uw berichten te lezen. Zolang er ook nog maar echte vrienden blijven langskomen om lief en leed te delen. Face tot face. Van smoel tot smoel! Want er gaat niets boven het echte smoelenwerk.

vrijdag 27 mei 2011

Doordraaien


De wereld draait door. De voorspelling van voorganger Camping is niet uitgekomen. Ik vraag me af hoe iemand die thuis is in de Bijbel, of hoort te zijn, zo'n voorspelling kan doen. Je hoeft zelfs geen theologie gestudeerd te hebben om te weten dat duidelijk in de Bijbel staat dat niemand het uur of de dag weet van Jezus' wederkomst. Ook meneer Camping niet. En dat is dus wel gebleken. Ik vind het erg dat hij er ook nog niets van heeft geleerd. Een nieuwe voorspelling ligt al klaar, want meneer heeft zich vergist. Het zal nu op 21 oktober gebeuren.

De wereld draait door. Ook nu Sinterklaas stopt. Gelukkig bleek hij vervangbaar. Zoon Kees van Ma Flodder staat te trappelen om deze taak op zich te nemen. Mijn schoonzoon, die net bekomen was van de schrik dat de goedheiligman er een punt achter zet, schoot nu in de stress van dit nieuwe nieuws. Hij is namelijk bang dat broer Sjonnie de cadeaus achterover drukt en er een handeltje mee begint. We zullen het zien, als tenminste....

De wereld draait door. Ook als je soms zelf wordt stilgezet. Door ziekte, rouw of andere omstandigheden die een blijvende stempel op je leven drukken. Niets is ooit meer hetzelfde. Het verleden lijkt één grote waas, de toekomst één grote vraag. En jij staat ertussen in het heden. Stilgezet! Alles waar je je druk om maakte, blijkt opeens niet meer heel erg belangrijk. Het is dan een rare gewaarwording dat de wereld gewoon doordraait.

De wereld draait door. En wij helpen haar een handje. Alles moet sneller. Er valt steeds meer te beleven. Er kan, mag en moet steeds meer. We jagen onszelf door het leven. En weten soms zelf niet waarheen we op weg zijn. Zolang we niet doordraaien lijkt alles in orde.

Soms moet je jezelf even stilzetten. Tijd nemen voor rust en ontspanning. Tijd voor jezelf en voor elkaar. Tijd ook, om het feit onder ogen te zien dat, hoewel we geen dag of uur kennen, het wel waar is dat deze wereld ooit stopt.

donderdag 19 mei 2011

Schat


Mijn zus en zwager waren afgelopen week vijfentwintig jaar getrouwd en hadden daarom familie, vrienden en buren uitgenodigd voor een koud en warm buffet.
Familie, wees gerust, dit verhaal gaat niet over jullie. Niet over vertraagde werking van schildklieren. Ook niet over een ceintuur vastgeknoopt met het touwtje van een tampon. Het is te gek voor woorden, dus ik maak er ook geen aan vuil. Het blijft allemaal binnen de familie.
Dit verhaal gaat over een fotoboek met daarin een schat aan herinneringen. Die kregen ze namelijk cadeau van hun dochter. En dat bracht mij tweeënhalf jaar terug in de tijd, naar het moment dat wij hetzelfde feest met onze kinderen vierden. En het cadeau dat we gaven en kregen.

Al vanaf het moment dat onze oudste dochter ging praten, had ik de gewoonte om leuke, gekke, lieve, ontroerende en ondeugende uitspraken vast te leggen in het zogenaamde 'opschrijfboekje'. Het werd in de loop der jaren een grote schat voor mij. Als het opvoeden mij zwaar viel en ik 's avonds moe in de bank plofte, pakte ik het boekje, bladerde het door en dacht 'ach het zijn toch eigenlijk schatten'.
Onze dochters vonden het maar niks. Toen ik vertelde dat ik dat boekje ooit uit zou geven was het huis te klein. Als ik dat zou doen, zouden ze wraak nemen. Als ik dan later dement in een verzorgingstehuis zat, zouden ze alle onzin die ik dan uit zou kramen, opschrijven en ook uitgeven. Alsof daar een uitgever voor te vinden is! Maar goed, ik was gewaarschuwd.

De waarschuwing hielp niet echt. Een half jaar voordat we vijfentwintig jaar getrouwd waren, bedacht ik dat dit het goeie moment was. Uitgeven in eigen beheer met een oplage van vijf stuks, daar zouden ze toch niet over vallen. Ik kon dan later gewoon mijn onzin uitkramen zonder dat iedereen dat zou lezen. Mijn man vond het een goed idee en samen gingen we aan de slag. Hij scande oude foto's en ik typte mijn vingers blauw met al die gekke uitspraken. We hebben menig kostelijk uurtje gevuld met de voorbereiding. En het resultaat mocht er zijn. Twee maanden voor de datum van het feest waren we al klaar en het boekje werd weer netjes opgeborgen in de la.

Daar heeft het niet lang gelegen, maar dat wisten we toen nog niet. Mijn dochters hadden namelijk hetzelfde idee. Er moest een fotoboek komen van ons vijfentwintig jarig samenzijn, afgewisseld met de leukste uitspraken uit het 'opschrijfboekje'. Ook bedachten ze dat er een boek moest komen met alle uitspraken. Mijn dochter vertelde nadien dat ze haar vingers blauw had getypt. Tja, dat wilde ik graag geloven.

Je kunt je onze verbazing voorstellen toen we beide boeken uitpakten. En de verbazing op de gezichten van onze dochters was zo mogelijk nog groter toen ze hun boeken uitpakten. Iedereen vond het een prachtige stunt en het bewees maar weer dat 'het opschrijfboekje' toch een belangrijke rol had gespeeld bij iedereen.

Het boek kreeg de titel 'Dat doet mama alleen in de zomer'. Omdat mijn dochter ooit 's winters iemand zag ramen lappen, er naar keek of ze het zevende wereldwonder zag en nogal hard riep: 'Kijk eens! Die mevrouw is aan het ramen lappen, dat doet mama alleen in de zomer.'
Dat kwam natuurlijk omdat ik te druk was met al die gekke uitspraken opschrijven.

De kinderen zijn inmiddels groter en wijzer geworden. Alhoewel ze nog wel eens een rare uitspraak doen, schrijf ik ze niet meer op. Toch hoop ik ooit nog eens een deel twee uit te geven. Gewoon weer in eigen beheer, de oplage iets groter en de titel gewijzigd in 'Dat doet oma alleen in de zomer.'
In deze tijd van computers is een 'opschrijfboekje' eigenlijk niet meer nodig. Toch zal ik er te zijner tijd weer één aanschaffen. Al was het alleen maar om weer als schat te bewaren in de la.