vrijdag 18 maart 2011

Bergen en dalen


Vorige week was het biddag voor gewas en arbeid. De kerkdienst op biddag heb ik altijd al erg mooi gevonden. Je afhankelijk weten van God en dat uitspreken, zingen en bidden. Vroeger, als kind, vond ik het ook leuk dat het 's avonds was. Nu vind ik dat minder aanlokkelijk. Liever bleef ik lekker warm bij de kachel zitten dan 's avonds de deur nog uit te gaan. Ik ben toch gegaan.

De dominee preekte over vogels. Zou hij mijn blog gelezen hebben? Vast niet! Maar het was wel dezelfde strekking. Kijk naar de vogels! Wees niet bezorgd maar heb vertrouwen! God zorgt voor de vogels, ben jij niet veel meer waard?

Preek en gebed werden afgewisseld. Een goede preek, een goed gebed. Toch bekroop me een gevoel van teleurstelling. Ik schaamde me ervoor! Eerst kon ik er niet goed de vinger opleggen.
Het was ook maar een gevoel. Ik miste iets! Toen ik er achter was wat het was, schaamde ik me nog meer. Het was allemaal zo bekend. Ik hoorde niets nieuws.
'Moet dat dan?' vroeg ik mezelf af. 'En bovendien, het gaat toch ook niet om mij in de kerk?' De kerkdienst is een ontmoeting met God en met mensen. Maar misschien zit daar dan wel mijn moeite! Het voelt soms helemaal niet als een ontmoeting met God. Als ik op dinsdag en vrijdag de post bezorg, zit ik heel vaak even uit te rusten op een bankje. En daar midden in de natuur heb ik tegenwoordig vaker een ontmoeting met God dan in de kerk.

Want soms heb ik helemaal geen vertrouwen en is de berg van zorgen zo groot dat ik er helemaal niet overheen kan kijken. En dan landen de woorden in de kerkdienst niet. Hoe waar ze ook zijn, hoe goed ook gebracht, het komt niet aan. Misschien heb ik het allemaal wel te vaak gehoord. In de praktijk is het toch anders. Echt naar vogels kijken levert mij soms meer inzicht op dan naar een preek luisteren. Voorlopig ga ik op zondag voor een goede afwisseling: 's Morgens naar de kerk, 's middags de natuur in.

De kerkdienst is bijna afgelopen. Alleen nog de collecte, een slotlied en de zegen.
Dan begint het orgel te spelen en word ik toch nog geraakt. De organist speelt 'You raise me up, so I can stand on mountains' van Josh Groban en het slotlied 'Op bergen en in dalen, ja overal is God' door elkaar heen.
Prachtig! You raise me up! Ik ben bovenop die berg gezet! I am strong! Voor even kan ik er weer tegen. Ik heb weer vertrouwen. You raise me up, to more than I can be! God is groter dan welke nood dan ook! Mijn zorgen zijn bij Hem in goede handen.

Ik blijf naar de kerk gaan. Ik blijf naar de vogels kijken. En ik zal nog vaak uitrusten op mijn bankje. Want als je God zoekt, is Hij overal te vinden.

donderdag 10 maart 2011

Broeden


We hebben de provinciale Statenverkiezing weer achter de rug. Wees niet bang, dit wordt geen politiek praatje. Die zul je de afgelopen tijd al wel genoeg gehoord hebben. Ik vind vooral de provinciale staten een 'te ver van mijn bed' show, dus zelfs al zou ik willen, dan nog kan ik er geen zinnig woord over zeggen.
Als ik geloof zou hechten aan de stemwijzer zou ik op de PvdA moeten stemmen. Maar omdat ik geloof hecht aan wat in de Bijbel staat, kom ik uit bij een christelijke partij. Van deze partij verwacht ik dan ook dat ze de normen en waarden die ik belangrijk vind uitdragen.
Maar zelfs bij christelijk partijen zie ik, wanneer ze eenmaal aan het regeren zijn geslagen, dat er best wel wat water bij de wijn gaat. Terwijl je juist zou verwachten dat ze water veranderen in wijn. Dus heb ik niet zoveel met politiek.

Toen een heleboel mensen aan de buis gekluisterd naar de uitslagen zaten te kijken, zat ik weer te genieten van mijn favoriete site. Vanaf 1 maart is het eindelijk weer zover, www.beleefdelente.nl!
Meekijken in acht vogelnesten. Lachen om de Oehoe die alsmaar zijn eigen naam roept. Een rare gewaarwording als je er even bij weg bent gelopen. En dan schijnbaar ineens iemand 'oehoe' hoort roepen. Lachen ook om de ijsvogel die de webcam nat spat! Genieten van allemaal mooie momenten uit een vogelleven. Er met de neus bovenop zitten als de eerste eieren uitkomen.
Sommige vogels geef ik een naam. De steenuilen noem ik Stien en Leen, het ooievaarspaar Eva en Arie. Voor de rest heb ik nog niets bedacht, maar dat zal vast nog wel komen.

De politieke partijen hebben voor de verkiezingen hun eieren gelegd, maar of ze die ook daadwerkelijk gaan uitbroeden is nog maar de vraag. Daarom kijk ik liever naar de vogels. Ik ben ervan overtuigd dat ze hun uiterste best doen om dit jaar weer eieren te leggen en ook uit te broeden. En als het dan toch niet lukt, zoals vorig jaar bij de koolmeesjes, dan valt hen niets te verwijten, want ze hebben er alles aan gedaan om het te laten lukken.

Toch jammer dat de dieren niet de politiek in kunnen. Alhoewel.... Laatst las ik in de krant dat ze in het Amerikaanse Hillbrook Tall Oaks een hond voorzitter hebben gemaakt van een buurtvereniging. De toenmalige voorzitter was aftredend en mocht niet herkozen worden omdat hij er al drie ambtstermijnen als voorzitter op had zitten. Maar er was niemand die zijn functie over wilde nemen. Ten einde raad heeft hij op de vergadering gezegd dat hij nog wel iemand wist. Iemand die pas in de buurt was komen wonen en veel belangstelling had voor de buurt en het buitenleven. Iedereen stemde ermee in om deze persoon voorzitter te maken, om er later pas achter te komen dat ze een hond voorzitter hadden gemaakt van hun vereniging. De voorzitter ligt tijdens de vergaderingen rustig onder de tafel en de ex-voorzitter is vicevoorzitter geworden. Het is een begin. En misschien een idee voor de politiek in Nederland. Een hond kan zich in ieder geval niet anders voordoen dan hij is.

Hoe dan ook, ik vond het een leuk bericht in de krant. Zulke berichten lees ik liever dan al dat politiek geharrewar. We kunnen nu dus rustig concluderen dat de politiek niet aan mij besteed is. Na deze conclusie ga ik weer rustig kijken of mijn vogels al een ei hebben gelegd. En wie weet, misschien stem ik de volgende keer wel op de Partij voor de Dieren. Op die gedachte kan ik gelukkig nog een poosje broeden.

donderdag 3 maart 2011

Streekgerecht


Gortzak, proemenkreuze, appelepap, stumpelbonensoep.
Allemaal streekgerechten waarvan ik het bestaan niet eens wist. Maar vorige week zaterdag was ik op 'de sprokkelmarkt'. Een gezellige markt die je het gevoel gaf weer even terug in de tijd te zijn.
Er waren vrouwen aan het spinnen, weven en kantklossen. En er werd dus van allerlei lekkers gekookt en gebakken. Je kon overal van proeven. Op tafel lag een A-4tje met de recepten van de gerechten. Het smaakte allemaal naar meer, dus nam ik zo'n papiertje mee. Arme familie!

Ik ben geen goeie kok! Een paar jaar geleden kreeg ik een bordje met de tekst: 'I kiss better than I cook.' Nou, daar ben ik ook niet zeker van, maar het zegt wel wat over mijn kooktalent. Of meer nog over het ontbreken ervan.
Misschien heb je wel gedacht: 'Ik hoor niets meer over die bonensoep die ze wilde maken?' Dat klopt! Die is mislukt! Niet te eten. Tenminste, niet met een lepel. Die kon je er rechtop in zetten.
Het was dan ook een samengesteld recept. Mijn vader en ik kwamen allebei op het idee om eens bonensoep te maken. Dus zochten we in een kookboek naar een basisrecept. Maar we hadden ook ooit eens, waarschijnlijk de vorige keer dat we zo'n lumineus idee hadden, een lijstje met ingrediënten van mijn tante gekregen. Alleen stonden daar geen hoeveelheden bij. Dus hutselden we beide recepten door elkaar, voegden er liefde aan toe en hoopten er het beste van. Ik zou het eerst gaan uitproberen. Het resultaat weten jullie inmiddels. Mijn vader heeft daarna maar bonensoep uit een pakje als uitgangspunt gebruikt en zijn soep was best te eten.

Mijn man is de kok in dit huis. Op zondag, als hij kookt, eten we niet, dan dineren we! Vaak wordt het eten dan keurig opgediend op mooie borden, alsof we in een restaurant zitten.
Vroeger, toen er nog niemand uitgevlogen was en iedereen meeat, werd er op zondag vaak iets nieuws uitgeprobeerd. Dat viel niet altijd in de smaak bij de dames. Ook hier gold het spreekwoord 'wat de boerin niet kent, dat eet ze niet'. Tegenwoordig zit er meestal een hongerige schoonzoon aan tafel. Alle nieuwe probeersels vinden dankbaar hun weg naar zijn maag. Zolang er maar geen paddenstoelen in zitten.

Maar nu ben ik dus in het bezit van nieuwe recepten van streekgerechten! En ik ga het weer eens proberen. Per slot van rekening kan ik ook kruutmoes maken. Maar dat zegt natuurlijk niets, want wie kan er nou geen kruutmoes maken? Worst koken, de laatste vijf minuten rozijnen en kervel erbij doen en daarna een pak gortepap toevoegen. Suiker of stroop erbij en klaar is Klara.

En nu heb ik dus weer zo'n simpel recept. Met maar vijf ingrediënten. Goudrenetten, karnemelk, bloem, anijszaad en stroop. Wat kan er mis gaan? Ik ga appelepap maken! En nu maar hopen dat dit gerecht geen streek met mij uithaalt!

vrijdag 25 februari 2011

Getover


Vorige week donderdag zat ik in een tovertrein. Eerst leek het daar niet erg op. Ik word altijd een beetje zenuwachtig en gejaagd van reizen met de trein. Ik ben dan bang dat ik te laat kom of in de verkeerde trein stap. Het is namelijk al eens gebeurd dat ik naar Groningen wilde maar in Leeuwarden uitkwam, omdat halverwege de trein zich splitste en ik in het verkeerde treinstel zat.
Ik besloot al in Zwolle over te stappen en nam de intercity naar Gouda. Alles verliep keurig op tijd en toen ik zat viel er iets van de spanning van me af. Ik kon in deze trein blijven zitten. Er kon niets meer fout gaan. Tenminste, dat dacht ik!

In Utrecht werd omgeroepen dat de trein ging splitsen. De ene helft ging door naar Rotterdam en de andere naar den Haag, via Gouda. De nummers van de treinstellen werden afgelezen, zodat je kon controleren of je nog steeds goed zat. Ik moest naar Gouda en zat in het verkeerde treinstel.
'Het zal me toch niet voor de tweede keer overkomen,' dacht ik. Paniekerig stond ik op en ging op zoek naar het goeie treinstel. Ik had geen idee waar ik heen moest en besloot het aan een jonge vrouw te vragen. Die zei dat ik rustig weer kon gaan zitten, want dat beide treinen via Gouda moesten omdat er geen ander spoor lag. Ze wist het voor 90% zeker. Ik gokte erop dat de andere 10% mij geen parten ging spelen en ging zitten op de eerste vrije plek. Dat was achter een moeder met een klein jongetje. Die zat hij uitgebreid zijn gebit te bestuderen in het raam. Toen de trein weer begon te rijden riep hij: 'Mama, we zitten in een tovertrein. Eerst gingen we vooruit en nu achteruit en ik heb twee monden in het raam!' Zijn moeder maande hem tot stilte, maar ik was blij dat hij zijn wijsheid met mij gedeeld had. Want als je eerst vooruit gaat en daarna achteruit, maar je bereikt toch de volgende halte, en je krijgt ook nog twee monden, dan zit je echt wel in een tovertrein!

De trein bracht mij naar de eerste ontmoeting met mijn kleinkind. Mijn dochter heeft tijdens haar zwangerschap een veel te hoge bloeddruk gekregen. Daarom leek het de verloskundige beter dat ze naar het gecombineerde spreekuur van een gynaecoloog en een internist zou gaan. Voordeel daarvan is dat ze vaker een echo krijgt en deze keer mocht oma mee.
Echoscopie is eigenlijk ook getover. Door middel van een techniek, die gebruik maakt van geluidsgolven, kan ik zomaar even mijn kleinkind zien. Onder de eerste echo, die een paar weken geleden gemaakt was, stond Rob., afkorting van Robinson curve, dus nu heet het kindje Robbie, totdat het geboren wordt.
Robbie heeft alleen geen zin om oma te ontmoeten. Hij ligt met zijn hoofd naar beneden. Doordat je de ruggenwervels op deze manier goed kunt zien, lijkt het net een hagedisje.
Maar opeens steekt hij toch – als een soort overwinningsteken – zijn vuist in de lucht. Was het een groet of stak hij zijn vuist op tegen zijn oma? Ik ga maar uit van het eerste. Wat een supermooi moment!

Mijn dochter vroeg na afloop of ik wilde chaufferen. Dat heb ik gedaan. Ik denk alleen niet dat het haar bloeddruk ten goede is gekomen. Laten we het erop houden dat ik niet op mijn best ben op smalle één-auto-weggetjes met brede sloten ernaast, met hier en daar een parkeerplaats om elkaar te passeren. Ook het schakelen was een probleem. Maar we kwamen zonder ongelukken thuis.
En daar wachtte Sheila, mijn nieuwste kleindier. Ze heeft me gelijk betoverd met haar mooie oogjes en haar lieve luie blik. En ben niet echt een kattenmens, maar voor haar maak ik graag een uitzondering.

Kortom, het was een betoverende dag. Ik neem me voor om de wereld wat vaker te bekijken door de ogen van een kind. Dan zie ik vast nog veel meer getover.

donderdag 17 februari 2011

Mac-fly


Deze winter ben ik een Mac-fly begonnen! Het ophangen van een voedersilo in de oude meidoornboom was de eerste aanzet. Daarna is het volledig uit de hand gelopen. Vogels van diverse pluimage komen dagelijks hun vette kost bij mij halen. Het menu bestaat uit gemengde zaden, pindakaas, pinda's, mezenbollen en kaaskorstjes. Dat laatste is vooral in trek bij roodborstjes.
De aanvliegroute is niet duidelijk aangegeven. Iedereen vliegt, hipt of kruipt maar wat heen en weer. Dat kruipen doet de boomkruiper en ik ben er best trots op dat hij af en toe te gast is in mijn Mac-fly.
Het maakt ook niet zo veel uit, dat iedereen door elkaar vliegt, ze hoeven niet keurig in de rij om de bestelling op te geven, het is een vliegend buffet. Misschien dat het daardoor komt dat er nogal eens ruzie wordt gemaakt. De spreeuwen vechten vooral om de pindakaas. Bij de voedersilo zijn het de mussen, die net zoveel naar elkaar als naar het voer pikken. Het lijken soms net mensen die ook de neiging hebben haantje de voorste te willen zijn.

Sinds kort is het ook mogelijk om te overnachten. In een boom verderop hangt een heuse vogelflat. Drie verdiepingen onder elkaar. Het koolmeesje heeft al eens naar binnen gekeken, ik denk dat hij de eerste huurder is. Hij hoeft pas over een poosje te betalen. Net als alle Mac-fly-klanten trouwens. De betaling geschiedt volgens het principe 'voor wat, hoort wat.'

Ik stel me zo voor dat ik op een mooie lente- of zomeravond buiten zit. Met mijn ogen dicht, genietend van vogelzang. Maar dat is nog niet alles! Zo gauw ik word gestoord door het gezoem van een mug, komt natuurlijk één van mijn klanten, en vreet het irritante muggenbeest op. Dat heb ik ze namelijk beloofd deze winter. Nu de vette hap, straks een stukje vlees. En zo is iedereen gelukkig. Het mes snijdt aan twee kanten.
Met datzelfde mes snijd ik dan ook mijn kropjes sla en andere groenten uit de moestuin. Zonder slakken en ander ongedierte natuurlijk, want ook dat wordt uiteraard netjes opgeruimd voor mij!

En nu maar hopen dat zij zich aan hun deel van de afspraak houden. Maar daar heb ik alle vertrouwen in. Als toetje heb ik ze namelijk kersen beloofd. Als de boom net zo'n goeie oogst geeft als vorig jaar, mogen ze daar lekker van eten. Als ze tenminste beloven dat ze daarna mijn was niet onder schijten.

Ik kijk naar de vogels. Ik let even niet op hun ruzies, want een ander aspect van het vogel-zijn trekt mijn aandacht. Hun onbezorgde 'van-de-hak-op-de-tak' leven lijkt me wel wat. Ze weten dat er morgen ook wel weer wat te eten is in mijn tuin. Ben ik ook zo vol vertrouwen? Weet ik wel dat er morgen ook weer voor mij gezorgd wordt? Volgens de Bijbel is dat de les die we van vogels kunnen leren. Het lijkt erop dat ik die les steeds weer opnieuw moet leren. Maar gelukkig, dank zij mijn Mac-fly, heb ik nu genoeg studiemateriaal. Tegenwoordig komt er vaak genoeg een lesje voorbij vliegen. En ik ben nooit te oud om te leren!

woensdag 9 februari 2011

Eenzame fietser


Hoezo, de lente komt eraan? Het leek wel herfst afgelopen weekend!

Al meer dan drie jaar bezorg ik op dinsdag en vrijdag post voor het op één na grootste postbedrijf van Nederland. Dan ben ik lekker buiten bezig, weer of geen weer. Aan de meeste weertypes heb ik geen hekel, alleen storm kan me niet bekoren. Dat komt vast omdat ik in een stormachtige nacht geboren ben.

Vrijdag waaide er dus een stevige wind. En die was alleen maar aardig voor mij als ik met hem meefietste. Maar o wee, als ik tegen hem inging.... Ik voelde me net de eenzame fietser van Boudewijn de Groot. Kromgebogen over mijn stuur baande ik me een weg tussen de afgevallen takken door. Behalve dat er veel wind over mijn stuur ging, regende het ook nog.

Ik heb een prachtige wijk. Eerst een stuk bebouwde kom. Zes straten heerlijk wandelen van brievenbus naar brievenbus. In één van de straten staat een basisschool. Ik kom net binnenlopen als de pauze begint. Een jongetje staat te worstelen met de rits van zijn jas. 'Zal ik je even helpen?' vraag ik. Voor ik het weet staan er nog drie kleuters te wachten en heb ik er een baantje als klasseassistent bij. Als de laatste jas dicht is, kan ik weer verder met de post.
Als ik de bebouwde kom heb gehad, fiets ik door naar het buitengebied. Een schitterend gebied, met een stuk bos en weilanden met paarden, geiten en schapen. Dat is vooral genieten in het voorjaar, als er weer van allerlei jongs is geboren. Maar eigenlijk gaat er geen bezorgdag voorbij of ik zie wel iets bijzonders.

Zo was ik een keer erg laat met post bezorgen. Het begon al te schemeren. Op een gegeven moment moest ik stoppen voor zeven wilde varkens, die de weg overstaken. Tja, ze kwamen van rechts, dus ze hadden voorrang. Vrijdag vloog op ongeveer dezelfde plek een boomklever de straat over. Ook moest ik eens een keer vijf minuten wachten omdat een pauw in vol ornaat de weg versperde. Prachtig!

Het begint harder te regenen en waaien. Ik kom mijn 'conculega' van het grootste postbedrijf tegen. Hij zwaait vriendelijk naar mij. Maar dan wel hoog en droog vanachter de voorruit van zijn auto. Ik heb een keer voorgesteld om samen te werken. 'Als het regent gaan we met jouw auto, als het mooi weer is, mag je bij mij achter op de fiets,' zei ik. Hij nam mijn voorstel niet serieus en moest alleen maar lachen.

Drie jaar geleden, nadat mijn oudste dochter getrouwd was, bedacht ik dat ik maar weer eens wat moest gaan doen. Je moet natuurlijk ten allen tijde een lege nest syndroom voorkomen. Niet dat het nest toen al leeg was, maar het schoot mooi op, alleen het jongste kuiken zat er nog maar in.
In die tijd vroegen ze een medewerkster voor de mediatheek van een school. Dat leek me wel wat. Maar dan moest ik eerst een cv maken. En dat is lastig wanneer je de afgelopen drie-en-twintig jaar alleen maar moeder bent geweest. Daarvoor had ik vijf jaar administratie gedaan voor een drukkerij. Maar wie niet waagt, wie niet wint. Ooit heb ik eens een mooie omschrijving gehoord van het 'beroep' moeder: 'onderzoeksmedewerkster op het gebied van pedagogiek en intermenselijke relaties.' Dat heb ik ingevuld. Ik heb nog getwijfeld of ik het wel op zou sturen, maar ik dacht, 'als ze geen humor hebben, wil ik er ook niet werken.'
Ik kreeg netjes een brief terug dat ik niet in het team paste. Maar inmiddels was ik er zelf ook al achter dat ik dat niet eens meer wilde. Ik wilde niet twintig uur binnen zitten, ik wilde naar buiten!

Post bezorgen is een leuk baantje. Het houdt je op de straat. En ook als het weer wat minder is, is het toch lekker om buiten te zijn. Boudewijn heeft gelijk: Beter dat, dan een bord voor de kop van de zakenman. Nee, laat mij maar lekker eenzaam fietsen. Maar dan wel het liefst zonder wind!

woensdag 2 februari 2011

Dag winter


Begin februari alweer. De dagen worden weer langer. Ik zag een boer zijn akker ploegen. Beter nog, ik rook de verse mest die hij op zijn land had gebracht. Heerlijk. Ik vind die geur lekkerder dan menig parfum. Nu moet ik er wel bij zeggen dat ik van de meeste parfums hoofdpijn krijg. Als ik bijvoorbeeld in de kerk zit, met teveel mensen om me heen, die menen dat ze zonder parfum niet lekker genoeg ruiken, dan kan ik weinig van de preek navertellen. Het zal wel een allergie zijn.
Jammer genoeg heb ik het ook met hyacinten. Ik kreeg van iemand een keer een prachtige bos bloemen met vijf hyacinten erin. Ik vond het te jammer om weg te doen. Ze hebben in de hal gestaan. De hele bovenverdieping rook ernaar. Gelukkig slapen wij beneden.

Maar ik dwaal af! Wat ik zeggen wilde is dat de lente eraan komt! Ik ruik het en ik zie het.Vorig jaar heb ik een heleboel bolletjes gepoot. Die komen nu uit de grond. Nou ja, niet de bolletjes natuurlijk, maar wat er uit hoort te groeien. En dat is nog een verrassing want ik heb alles door elkaar gegooid. En ik kan het wel de grond uitkijken. Sneeuwklokjes, narcissen, blauwe en witte druifjes, krokussen en mini tulpjes. Ik denk dat het sneeuwklokje en de krokus een wedstrijd doen wie het eerste bloeien zal, maar voorlopig zie ik van allebei alleen nog maar groene sprietjes.

Het begint weer te kriebelen bij mij. Ik wil al wel weer de tuin in, maar het is nog te vroeg. Verlangend kijk ik naar de border die ik dit voorjaar in wil planten. Ik kijk naar de plek waar we een kippenhok gepland hebben en zie in gedachten die tokkies al scharrelen en ons scharreleitjes bezorgen. Ik maan mezelf om geduld te hebben, het is een onderdeel van het 10-jarenplan.
Misschien weet je het nog, het plan dat ook al tien keer veranderd is. Waar ik nu het kippenhok gepland heb, kwamen achtereenvolgende een vijver, een border en grind. Omdat daarna alle plannen weer net zo snel uit mijn hoofd gingen als ze er ingegaan waren, heb ik op de bewuste plaats afgelopen zomer bietjes gepoot.
Uiteindelijk bedacht ik dat ik er een kippenhok wil. Toen mijn man thuis kwam zei ik: 'Je mag zeggen dat ik gestoord ben, je mag me ook uitlachen, maar ik heb bedacht wat we met dat stuk voortuin, waar we mee in onze maag zitten, kunnen doen. We maken er een kippenhok.' Tot mijn stomme verbazing vond mijn man dat het beste plan sinds tijden en hij is enthousiast gaan zoeken op internet naar een bouwtekening voor een hok. Verder zijn we nog niet gekomen.

Ik wil ook weer bonen planten. Dit keer langs stevige bonenstokken. Vorig jaar zijn ze drie keer omgewaaid. En ik wil een herkansing voor mijn tomaten. Dus ging ik op zoek naar een tomatenkas. Elke dag keek ik op marktplaats, maar iedere keer als er iets opstond wat me zinde, was er wel weer iemand die meer bood en ging de kas weer net aan mijn neus voorbij. Ik bleef volhouden en uiteindelijk is het gelukt! Eindelijk een mailtje dat de kas voor mij was, maar dan moest ik wel meer betalen dan ik geboden had. Ik gaf mijn schoonzoon opdracht om dit al pingelende af te handelen. En dat is gebeurd, dus nu ben ik wat euro's armer en een kas rijker.

In mijn oven staat een gerecht te garen met paprika's, uien en tomaten. Het water loopt me in de mond als ik bedenk dat dit gerecht tien keer beter zal smaken met eigen kweek. Ik kan niet wachten! Geduld! Het zal dan wel een schone zaak zijn, maar het is voor mij vooral een moeilijke zaak!

Geuren van de lente. Tekenen van de lente. Lentekriebels. Het is er allemaal al. Nu de lente zelf nog!